Over selfpublishing en perfectionisme

Twee weken geleden vertelde ik jullie dat ik heb besloten mijn manuscript Switch zelf te gaan uitgeven. Dat moet volgende maand gaan gebeuren. En dat is eigenlijk best vlug! En ook best spannend!

Want nu ik heb besloten dat iedereen Switch mag lezen, wil ik natuurlijk ook dat dat een beetje een plezierige leeservaring wordt. Of, om maar gewoon de waarheid te spreken: sinds ik heb bekendgemaakt dat Switch er komt, ben ik weer behoorlijk in de greep van mijn perfectionisme. Want het moet natuurlijk wel een Heel Erg Leuk Boek worden.

En al die dingetjes die ik bij de eerste herlezing zag als ‘een heel klein beetje storend voor mij misschien, maar verder valt het vast niemand op’ zie ik nu als vreselijke onvolkomenheden die eruit moeten, NU! Dit personage moet echt nog wat meer worden uitgediept. Deze scène moet helemaal opnieuw. En ja hoor, daar zit ik alweer een compleet hoofdstuk te herschrijven.

Foto: Marlin van der Veen

Foto: Marlin van der Veen

Terwijl: had ik eigenlijk niet besloten dat Switch in principe al goed genoeg was? Dat ik alleen nog wat kleine dingetjes zou verbeteren? Dat ik het juist op kleine schaal zou uitgeven omdat het in principe al af was, en ik alleen maar wilde dat de mensen die het nog wilden lezen, daar de mogelijkheid toe zouden hebben? Ja, dat was het plan. Maar het blijkt een beetje moeilijk om me daar in de praktijk ook aan te houden.

Net als de vorige keer vind ik het weer heel lastig om het idee los te laten dat het allemaal nog beter kan en moet. Dat zal elke schrijver waarschijnlijk wel herkennen. Het is maar goed dat ik jullie al heb beloofd dat ik het boek in september uitbreng, anders zou ik er zo nog een half jaar aan schaven. En dat wilde ik nu juist niet.

Dus: ik ga er zeker nog wel wát aan schaven, en als ik de tijd heb om hier en daar nog wat te herschrijven, zal ik dat zeker niet laten. Maar in september verschijnt Switch. Met of zonder kleine onvolkomenheidjes. Moedig voorwaarts dus!

Eindelijk op komst: Switch!

Wat doe je wanneer je lezers weer eens iets nieuws van je willen lezen, en jij een compleet ongepubliceerd manuscript op je computer hebt staan? Precies: dan zorg je ervoor dat dat manuscript alsnog verschijnt in boekvorm. Omdat Switch nou eenmaal zo goed als af is en ik het té zonde zou vinden als het nooit zou worden gelezen, heb ik me verdiept in de mogelijkheden voor selfpublishing. Ik heb een platform gevonden dat me aanspreekt, en dus durf ik nu met zekerheid zeggen dat Switch er komt!

Switch is het manuscript dat ik schreef toen Dubbelspel net in de winkels lag. Het was oorspronkelijk de bedoeling dat het zou verschijnen in de zomer van 2015. Maar de markt veranderde en de uitgeverij veranderde van gedachten. Switch zou op de huidige boekenmarkt niet genoeg opbrengen om uitgave de moeite waard te maken. Ik deed nog een poging het verhaal te herschrijven, maar al snel voelde het niet meer van mezelf. In overleg met de uitgeverij trok ik de stekker uit het hele project.

Lezers die mijn blog al langer volgen, hebben dit allemaal meegemaakt, en ook de worsteling die volgde. Experimenteren met andere genres, twijfels, probeersels en pogingen: we zijn inmiddels ruim een jaar verder en een nieuw boek is er nog steeds niet. Maar Switch is er nog steeds wél. Het stond al die tijd geduldig op mijn harde schijf, helemaal af en in principe publicabel.

Ik besloot dat ik wilde kijken wat ik zou kunnen doen om dit manuscript zelf te publiceren. Eerst herlas ik het helemaal, om te kijken of ik het überhaupt goed genoeg vond voor uitgave. Ik kon er nu met afstand naar kijken en het zien zoals het was: gewoon een leuk boek, met plezier geschreven en zeker geschikt om met plezier te worden gelezen. Qua stijl en setting lijkt het op Dubbelspel, maar het verhaal staat helemaal op zichzelf. Het gaat over twee heel verschillende vriendinnen die met elkaar van leven ruilen, en die daarbij natuurlijk van alles tegenkomen dat ze niet hadden verwacht.

Eerst wilde ik het boek alleen als e-book beschikbaar maken, en dan het liefst gewoon simpel, via mijn eigen site. Maar al snel stuitte ik op het platform Brave New Books. Bij hen kun je als schrijver je eigen boek uitgeven, zowel als e-book als via printing on demand, kortweg POD. Hierbij wordt een boek pas gedrukt als iemand het bestelt. Het is dus niet zoals bij uitgeven in eigen beheer, waarbij je als schrijver een flinke financiële investering moet doen en je het risico loopt om met vijfhonderd onverkochte boeken te blijven zitten.

POD vraagt geen investering en is dus een veilige en milieuvriendelijke manier om een boek beschikbaar te maken. Ik heb besloten om Switch als e-book en als fysiek boek uit te brengen. Het leuke van Brave New Books is dat ze samenwerken met Bol.com, zodat Switch ook daar gewoon beschikbaar zal zijn. Desgewenst kun je als schrijver tegen betaling ook hun hulp inroepen met redactie en/of marketing en promotie. Ik ben in eerste instantie niet van plan dit te doen, maar het is fijn dat het kan.

Toen ik las wat de mogelijkheden waren, begon ik helemaal te tintelen van enthousiasme en spanning. Wow, ik kan dit gewoon helemaal zelf doen! Razendsnel evolueerde mijn idee van ‘een e-book beschikbaar maken via mijn site’ tot ‘zelf een boek uitgeven’. Los van het resultaat en wat ik er eventueel mee zou kunnen verdienen, lijkt het me gewoon heel erg leuk om dit eens te proberen. En ook spannend, natuurlijk: ook dit verhaal ligt me na aan het hart, en ook hier gaan mensen iets van vinden. Deze blog dient dus ook een beetje als stok achter de deur, zodat ik niet meer kan terugkrabbelen!

Momenteel ben ik bezig nog wat wijzigingen aan te brengen in het manuscript. Het is grappig hoe snel details gedateerd kunnen raken: dingen die ik twee jaar geleden nog hip vond, vind ik nu echt passé. Ik ben dus bezig het geheel wat tijdlozer te maken, zodat dit verhaal even mee kan. Als ik klaar ben met de wijzigingen, wordt het gelezen door een meelezer om de laatste foutjes eruit te pikken. Daarna begint het hele proces om er een echt boek van te maken, en daar komt natuurlijk ook nog het één en ander bij kijken. Al met al verwacht ik dat Switch in september zal verschijnen.

Nog even hard werken voor mij dus, gelukkig ben ik toch al getrouwd met mijn laptop. En voor jullie dus nog even geduld, maar een troost: ik zal jullie natuurlijk op de hoogte houden van mijn schreden op het pad der selfpublishing. Wordt vervolgd!

cup-of-coffee-1280537_1920

Goede schrijftip van auteur Jess Walter

Schrijfambities? Learn from the best, en lees veel interviews met schrijvers. Ook al pakt elke schrijver de dingen weer op z’n eigen manier aan, vaak kun je uit zo’n interview toch minstens één goeie tip halen. Of anders op z’n minst iets dat je inspireert. Los daarvan vind ik het ook altijd gewoon leuk om te lezen over de werkwijze van iemand anders.

Vorige week had ik toevallig een pareltje van een interview te pakken. Het stond als cadeautje achterin Schitterend ruïnes van Jess Walter (aanrader trouwens!). Ik stuitte op dit fragment:

Ik ben meestal met drie of vier dingen tegelijk bezig, een paar verhalen, soms zelfs twee romans, en als ik vast kom te zitten ga ik gewoon verder met iets anders. Dat doe ik vooral om te zorgen dat ik achter mijn bureau blijf zitten – en in de loop der jaren heb ik gemerkt dat ik zo niet alleen productiever ben, maar ook dat ik me minder zorgen maak als ik op een doodlopend spoor zit (en je komt altijd op een doodlopend spoor). […] Als dit niets wordt, ga dan verder met iets anders. Mijn vader heeft veertig jaar in een aluminiumfabriek gewerkt. Ik geloof niet dat hij ooit met een ‘aluminium-block‘ kampte.

Eigenlijk omschrijft Walter hier wat ik het afgelopen jaar al de hele tijd aan het doen ben. Beginnen aan een project, het hier op mijn blog aankondigen, vastlopen, met iets anders beginnen, dat vervolgens hier op mijn blog aankondigen, en vervolgens natuurlijk toch weer verder willen met het eerste project … ik begon me te ergeren aan mijn onvermogen om me bij één ding te houden, en me te schamen voor mijn wispelturigheid. Maar wat blijkt? Het kan dus ook gewoon een werkwijze zijn, een manier om bezig te blijven. En aangezien er van Jess Walter inmiddels het nodige gepubliceerd is, komt er ook op deze manier blijkbaar nog van alles af.

Heerlijk, toch? Ik voelde me echt bevrijd toen ik dat las. De verhalen die nu stilliggen, hebben misschien gewoon even de tijd nodig om te rijpen. Jess Walters’ boek Schitterende ruïnes is ontstaan gedurende een periode van vijftien jaar. En nu is het een bestseller. Voor iedereen die nog van alles op de plank heeft liggen: er is dus nog hoop. En voor iedereen die wacht op iets nieuws van mij: houd vol. Ik ben met meerdere dingen bezig. Omdat ik mezelf en mijn wisselvalligheid inmiddels ken, wil ik er even niet meer over zeggen. Maar geloof me: jullie geduld zal worden beloond!

Foto: Marlin van der Veen

Foto: Marlin van der Veen

De grote sprong

Al een paar maanden knaagde er iets. Er jeukte iets, er irriteerde iets, alsof mijn leven me niet meer helemaal lekker zat. Ik kwam niet echt vooruit. Ik snakte naar verandering, maar alles bleef maar zoals het was. Tot ik begon te beseffen: er verandert niets omdat ik niets doe. Ik moest zélf voor verandering zorgen, als ik het anders wilde.

De situatie: al ruim vier jaar combineer ik het schrijven met het werken in een optiekzaak. Een paar dagen per week zit ik achter mijn computer te tikken, een paar dagen per week ben ik druk bezig in de winkel en spreek ik allerlei mensen. Jarenlang werkte deze afwisseling erg goed. Ik heb het beste van twee werelden: werken in afzondering, werken met mensen om me heen. En een vast inkomen.

Ze noemen zoiets ook wel een slash-career: ik ben schrijfster slash brillenverkoopster. Een slasher zijn is helemaal hip tegenwoordig. Maar toen ik ging proberen mijn werk als freelance tekstschrijfster van de grond te krijgen, begon het me steeds meer te belemmeren.

Grote klussen aannemen zit er niet in, want: niet genoeg tijd. Klussen die snel af moeten zijn: zelfde verhaal. En mijn vrije dagen lopen snel vol met afspraken en allerlei huishoudelijke klusjes. In theorie heb ik drie dagen per week voor mijn bedrijfje, maar in de praktijk is het altijd minder dan dat.

Steeds sterker kreeg ik in de afgelopen maanden het gevoel dat ik niet vooruit kwam op deze manier. Wat jarenlang goed werkte, werkte opeens niet meer. Er was maar één manier om mijn werk als freelance tekstschrijfster echt van de grond te krijgen: er fulltime voor gaan. En dat betekende dat ik mijn vaste baan in de optiek moest opzeggen.

Dus dat heb ik gedaan. Niet van de ene op de andere dag, natuurlijk: er ging veel denkwerk aan vooraf. Ik besprak het idee met Berend en we namen onze financiële situatie onder de loep. Berend stond meteen achter me en financieel bleek het plan ook haalbaar. En opeens was daar een datum: 1 september. Toen ik dat eenmaal in mijn hoofd had, merkte ik dat ik niet meer twijfelde. Ik vond het spannend, maar ik wist het zeker.

Dus daar stond ik, op een zonnige woensdagochtend die in de ogen van mijn baas waarschijnlijk een heel gewone ochtend leek. Tot ik zei: ‘Ik moet je iets vertellen.’ En daar diende ik zomaar mijn ontslag in. De volgende dag schreef ik er een mooie brief achteraan om mijn beslissing helemaal officieel te maken. 1 september it is. 

En ik kan niet wachten! Ik heb ontzettend veel zin om de uitdaging aan te gaan. Kijken of ik het kan redden als zelfstandige. Opdrachten scoren, ervaring opdoen, nieuwe dingen leren. En ondertussen mijn eigen tijd indelen, werken wanneer en waar ik dat wil. Geen slash meer, maar één doel: schrijven. Elke dag. Wat zal dat fijn zijn.

Foto: Marlin van der Veen

Foto: Marlin van der Veen

Lekker op vakantie met een feelbad-roman

Het was natuurlijk véél slimmer geweest om alleen mijn e-reader mee te nemen op vakantie, maar toch verdween er ook nog een dikke pil in mijn tas die ik twee weken eerder gekocht had: A Little Life van Hanya Yanagihara (in het Nederlands vertaald als Een klein leven). Volgens de flap was dit boek namelijk ‘utterly compelling‘, ‘an extraordinary novel‘ en ‘quite simply unforgettable‘. Dat leek me wel wat voor in het vliegtuig en op het strand.

Het begon allemaal heel aardig, maar naarmate ik wat verder vorderde kreeg ik toch een bak ellende over me heen! Lag ik daar op mijn strandbedje te lezen over een achtjarig jochie dat op alle mogelijke manieren wordt mishandeld en misbruikt door drie of vier paters in het klooster waar hij opgroeit. Alle goede dingen die hem later in zijn leven overkomen kan hij nauwelijks nog waarderen, zo gebroken is hij door zijn ellendige jeugd.

Na tweehonderd pagina’s deed ik iets wat ik zelden doe: ik stopte even met lezen omdat ik het gewoon niet meer trok. Ik voelde me gedeprimeerd door wat ik las, en las een wat vriendelijker boek tussendoor. Maar toen ik dat uit had, was ik toch wel nieuwsgierig naar wat dat kleine leven nog meer behelsde, al vermoedde ik al dat het weinig goeds zou zijn.

20160727_feelbadroman

Nou, inderdaad. In de vijfhonderd pagina’s die volgden kwamen alle vormen van mishandeling, misbruik, uitbuiting, eenzaamheid, automutilatie, ziekte, pijn en dood aan bod. Sommige stukken kon ik alleen maar heel snel lezen. Tussen de gruwelijkheden was het verhaal wel mooi, en na de tijdsinvestering die ik al in dit boek had gedaan wilde ik nu ook weten hoe het verhaal afliep. Niet best, kan ik je alvast vertellen. En ik vroeg me de hele tijd af: waarom moet dit? En waarom zou ik dit willen lezen?

Ik weet niet of het toeval was, een trend in de literatuur, of domweg een ongelukkige hand van kiezen, maar vorige week had ik het wéér. Ik las Het smelt van Lize Spit. Mijn verwachtingen waren hooggespannen, maar het hele boek bleek in feite neer te komen op vierhonderd pagina’s durende troosteloosheid. Inclusief een over meerdere pagina’s uitgesmeerde verkrachtingsscène met allerhande tuingereedschap én behanglijm. Waarom toch, waar is zoiets goed voor? Is een ‘gewone’ verkrachting’ al niet erg genoeg?

Voor dit soort boeken heb ik een eigen term bedacht: feelbad-roman. De feelbad-roman is de duistere tegenhanger van de feelgood-roman. De feelbad-roman sleurt je het verhaal in en dwingt je om toe te kijken, om iets te voelen. Tot je uiteindelijk, murw gebeukt van ellende, snakt naar een lichtpuntje voor de hoofdpersoon. Dat komt, en wordt vervolgens weer afgepakt. Of het komt helemaal niet.

Ik kan me best voorstellen dat mensen genieten van deze vorm van literair ramptoerisme. Maar voor mij is het momenteel te veel. Een beetje spanning, een beetje gruwel: mag allemaal best. Maar er zijn dingen die me te ver gaan, die ik gewoon niet wil lezen. Uitgebreide verkrachtingsscènes, al dan niet met tuingereedschap, vallen in die categorie.

Ik lees nu Nora van Colm Tóibín. Droge, kabbelende observaties van een eigenzinnige vrouw. Anderen zouden het misschien ‘saai’ noemen. Maar ik vind het heerlijk.

1 2 3 37