Mijn drie Chicklit Queens

Schrijven betekent ook: veel lezen. Heel veel lezen. Of het goed is om chicklit te lezen tijdens het schrijven van een chicklit, daar verschillen de meningen over. Ik doe het zelf dit keer wel gewoon, en merk dat het me niet in de weg zit, maar dat het me juist inspireert. In plaats van dat ik mismoedig vaststel dat ik hier nooit aan kan tippen, neem ik me voor om mijn best te doen om mijn nieuwe boek net zo leuk te laten uitpakken. Omdat ik vaak de vraag krijg welke schrijfsters ik graag lees en tegen wie ik opkijk, hier mijn drie absolute Chicklit Queens!

Jill Mansell
Vanaf het moment dat ik tijdens een scouting-zomerkamp een pocket van Jill Mansell van een vriendin leende, ben ik hooked. Terug in Utrecht stoof ik meteen naar de bieb om meer van haar te lenen. Haar boeken zijn vrolijk, lezen heerlijk makkelijk weg en hebben een typisch Engelse stijl waar ik gek op ben. Met een boek van Jill Mansell weet je waar je aan toe bent en dat het hoogstwaarschijnlijk goed afloopt. Inmiddels heb ik daar niet altijd meer zin in, maar wanneer ik trek krijg in een echt feelgood boek, weet ik bij wie ik moet zijn. Ook vind ik het leuk dat Jill met verschillende perspectieven en verhaallijnen werkt. Dat doe ik zelf ook graag. Inmiddels lees ik haar boeken dus ook met een oplettend schrijversoog: ik kijk hoe zij haar personages en verhaallijnen introduceert en met elkaar verweeft, en ik probeer daar iets van te leren.

Jenny Colgan
Ik vind het onbegrijpelijk dat Jenny Colgan in Nederland niet zo bekend is, want haar boeken zijn zó leuk! Voor zover ik weet, zijn alleen de eerste twee vertaald: Kus me! en Hebbes!
Maar Jenny heeft nog veel meer geschreven, zoals Do You Remember the First Time?, Looking for Andrew McCarthy, Meet me at the Cupcake Cafe en Little Beach Street Bakery, die ik op de planning heb staan om zeer binnenkort te lezen. Ik lees gelukkig graag in het Engels, maar ik vind het jammer dat Jenny’s boeken aan de neus van veel Nederlandse lezers voorbij gaan. Ze schrijft namelijk ontzettend warm en grappig. De meest quirky personages worden opgevoerd, maar het is duidelijk dat Jenny van hen allemaal houdt. Ik houd altijd een goed gevoel over aan een Jenny Colgan-boek.

Marian Keyes
Ik huil zelden tot nooit bij het lezen. Nee, zelfs niet bij The Fault in Our Stars. Het enige boek dat me ooit een traantje heeft weten te ontlokken, is The Brightest Star in the Sky van Marian Keyes. Dat zegt eigenlijk al genoeg, hè? Net als Jill Mansell werkt Marian Keyes met verschillende verhaallijnen en verschillende perspectieven. Haar personages verschillen onderling nog iets meer van elkaar, wat het extra mooi maakt als hun verhaallijnen langzaam met elkaar verweven raken. De boeken van Marian zijn wat minder luchtig dan die van Jill en Jenny, maar ik vind ze ontzettend goed. Haar plots zijn sterk en nooit helemaal voorspelbaar. Dat maakt dat haar boeken, als ik ze dan uiteindelijk dichtsla – want ik moet altijd nog even alle meuk achterin lezen omdat ik niet meteen afscheid kan nemen -, me achterlaten met een gevoel van totale awe. 

Ik geloof dat het met schrijvers net zo is als met de mensen die je in het dagelijks leven tegenkomt: je klikt met iemand, of niet. Iemands boek lezen is een kwestie van iemands manier van kijken en denken snappen. Bij sommigen heb je dat meteen, bij sommigen wil het niet lukken. Ik heb bijvoorbeeld nooit iets gehad met Sophie Kinsella. Waarschijnlijk schieten er nu heel wat wenkbrauwen omhoog: ‘Wat, Sophie Kinsella?! Hoe kun je daar nou niks aan vinden? Zij is the mother of all chicklit!‘ Dat wil ik graag geloven, maar het is nooit wat geworden tussen Sophie en mij. Deel 1 van Shopaholic, ik kwam er niet doorheen. Omdat ik de hoofdpersoon niet leuk vond. Zo simpel kan het zijn.

Ik vind het eigenlijk alleen maar heel erg leuk, dat het zo werkt. Iedereen heeft z’n eigen selectie van schrijvers met wie hij/zij goed klikt. Dit zijn mijn drie Chicklit Queens. Wat zijn die van jou?

SAMSUNG DIGITAL CAMERA

Leave a Reply

CommentLuv badge