Project 333: vijf dingen die ik tot nu toe geleerd heb

Vandaag is het precies een maand geleden dat ik begon met wat toen de moeilijkste challenge ooit leek: het drie maanden uitzingen met slechts 33 kledingstukken. In mijn blog over de start van mijn Project 333 schreef ik dat ik benieuwd was wat voor inzichten dit mij zou gaan brengen, en het is inderdaad een verhelderende maand geweest! Vandaag deel ik mijn vijf belangrijkste ontdekkingen met jullie.

33 kledingstukken is helemaal niet weinig
De reacties die ik kreeg toen ik met Project 333 begon, waren grofweg op te splitsen in twee soorten: ‘wat een goed idee, misschien wil ik dat ooit ook wel proberen!’ en ‘eh… volgens mij heb ik niet eens 33 kledingstukken’. In het begin had ik nog echt bewondering voor die laatste groep: living the dream, en zich er niet eens van bewust! Maar inmiddels begrijp ik heel goed hoe je dik tevreden kan zijn met 33 kledingstukken. Als je gewend bent aan een barstensvolle kast, ja, dan lijkt het een schijntje. Maar als je het een tijdje met minder doet, ben je daar al snel aan gewend. En dan heb je gewoon genoeg aan 33 kledingstukken.

Er blijven altijd dingen op de plank liggen
Je leest weleens dat de gemiddelde vrouw 20% van haar garderobe 80% van de tijd draagt. Zo was ik ook. En… zo ben ik nog steeds. Oké, een 20-80 verdeling zit er niet meer in, want ik moet mijn kleding ook weleens wassen. Maar ik heb nog steeds een duidelijke voorkeur voor bepaalde kledingstukken. En hoe goed ik mijn selectie ook heb uitgekiend, er zijn nog steeds kledingstukken die ik gewoon minder snel, of helemaal niet uitkies. Er is een rok die ik pas één keer heb gedragen, en maar liefst drie tops heb ik nog helemaal niet aangehad! Eigenlijk doe ik dus nog met minder dan gepland.

Meer keus maakt niet gelukkiger
Ik vermoedde het al, en het blijkt ook echt zo te zijn: van meer keus word je niet per se gelukkiger. Sterker nog: ik ben nu blijer met mijn kleding dan toen ik nog een overvolle kast had. Zelden loop ik nog rond met het gevoel dat mijn outfit het net niet is. Ik draag namelijk alleen nog maar dingen die ik écht leuk vind, leuk genoeg om ze drie maanden lang zeer regelmatig te dragen. En van de snelheid waarmee ik ‘s morgens aangekleed ben, word ik ook nog steeds blij.

Minder keus maakt wel creatiever
Ik hou enorm van afwisseling, dus waar ik soms moeite mee heb, is dat ik mijn beperkte garderobe wat saai vind. Met name op werkdagen ben ik snel geneigd om te grijpen naar een vast setje dat ik al eerder heb gedragen en waarvan ik weet dat het ‘werkt’. Maar juist die vaste combinaties gaan snel vervelen. Daarom daag ik mezelf regelmatig uit om een combinatie te vinden die ik nog niet eerder gemaakt heb, of probeer ik met één kledingstuk zoveel mogelijk combinaties te bedenken. En dat vind ik dan weer een erg leuk spelletje.

Het zit ‘m niet alleen in kleding kopen
Ik had gedacht dat ik aan het eind van de maand nog steeds schatrijk zou zijn als ik maar geen nieuwe kleren zou kopen. Valt dat even tegen. Ik merk tot nu toe nog niet zoveel verschil als ik had gehoopt. Mijn geld gaat nog steeds op. Het gevaar is dat ik denk: ‘Oh, ik kan wel wat uitgeven, ik geef verder toch niet meer zoveel uit.’ Het gevolg van die gedachte is dat ik de afgelopen weken eigenlijk nog helemaal niet veel bespaard heb. Zucht. Om te kunnen sparen voor onze reis naar Amerika, zal ik mijn hele uitgavenpatroon kritisch onder de loep moeten nemen. Minder kleding kopen is daar slechts een onderdeel van.

Ik ben nu op een derde van de eerste termijn, en soms fantaseer ik alvast over wat voor nieuwe selectie ik zal samenstellen in januari. Om meestal tot de conclusie te komen dat die selectie waarschijnlijk helemaal niet zoveel zal afwijken van de huidige. Ik ben dik tevreden met mijn garderobe en mijn stijl. Ik gun iedereen een Project 333!

Leave a Reply

CommentLuv badge