Start Bootcamp: Schrijf met lef!

Ik ben terug van een heerlijke vakantie in Kroatië en Venetië. Twee weken vrijheid, zon en zorgeloosheid, heerlijk! Na alle twijfels en ontwikkelingen van de afgelopen tijd, was het goed om het schrijven even helemaal los te laten. Even pauze. Tijd om nieuwe indrukken op te doen en lekker te lezen in de zon. Nu ben ik weer helemaal opgeladen. En dat is maar goed ook, want vandaag is het schrijfbootcamp ‘Schrijf met lef!’ van Kelly Meulenberg van start gegaan.

SAMSUNG DIGITAL CAMERA

De komende drie weken zal ik elke dag per mail een schrijfopdracht krijgen, waardoor ik hopelijk een beetje uit mijn schrijf-comfortzone wordt getrokken. Het lijkt me heel erg leuk om eens wat anders te proberen te schrijven. Hoewel ik verwacht dat mijn verhalen altijd een sterk feelgood-aspect zullen houden, lijkt het me leuk om mijn grenzen een beetje te verleggen. Je moet jezelf tenslotte scherp houden als schrijver! En omdat ik mijn blog de afgelopen tijd schromelijk verwaarloosd heb, grijp ik deze gelegenheid meteen aan om jullie weer regelmatig van mijn schrijfactiviteiten op de hoogte te houden.

Het Bootcamp begint vandaag met een sprintje. In mijn mail tref ik een Write Or Die-achtige opdracht aan: zet een kookwekker en schrijf 100 woorden in 10 minuten, vervolgens 200, vervolgens 400. Als het aankomt op schrijven tegen de klok durf ik mezelf rustig een ouwe rot te noemen, dus ik maak het mezelf niet te makkelijk en laat het lot bepalen waar mijn eerste schrijfoefening over moet gaan.

Op Kelly’s website staan drie keer zes zinsdelen die samen in willekeurige combinatie de eerste zin van een verhaal vormen. Ik rol drie keer met een dobbelsteen om te bepalen wat mijn beginzin zal worden en eindig met: mijn vader/moeder wilde altijd al een zware schatkist. Ehm. Oké. Even staar ik vertwijfeld naar de woorden op mijn scherm. Ik had tijdens de vakantie stiekem al wat losse ideetjes bedacht en een verhaal over een vader/moeder en een zware schatkist zat daar niet bij. Maar dat is natuurlijk juist het hele idee. Niet sturen, maar gewoon eens wat proberen. Niet alles hoeft meteen fantastisch te zijn.

De eerste honderd woorden staan in zesenhalve minuut op mijn scherm. Mijn moeder wilde altijd al een zware schatkist. Zo’n ouderwetse, met zo’n enorm ijzeren beslag. Het zou leuk zijn als de schatkist bij aanschaf vol zou blijken te zitten met goud, maar dat hoefde niet per se: het ging in eerste instantie om het effect op ons interieur. De schatkist, liefst met een zo hoog mogelijk Pirates of the Caribbean-gehalte, zou onze eenvoudige salontafel van fabrieksgeproduceerd sloophout vervangen. Het zou waarschijnlijk wat lastiger zijn om er kopjes op te zetten, ja, met dat ijzeren beslag. Maar was dat niet het hele idee van een speels interieur? Sloophout hoorde tenslotte eigenlijk ook helemaal niet recht te zijn. 

De tweede sessie van tweehonderd woorden lukt me ook nog makkelijk binnen tien minuten. Mijn moeder klaagde hier veelvuldig over, over die veel te keurige zogenaamd sloophouten salontafel van ons. Liefst wanneer er mensen op de koffie kwamen, die haar complimenteerden met de hippe, robuuste salontafel. ‘Gewoon van de Gamma. Totale miskoop,’ verzuchtte ze koket. ‘Toen het ding eenmaal in huis stond zag ik pas dat dit onmogelijk van echt sloophout kon zijn. Ik bedoel: sloophout, de naam zegt het al. Slóóp-hout. Daar horen de splinters af te komen waar je bij staat. Daar horen rare plekken in te zitten, knoesten, daar horen nummers op te zijn gekalkt met spuitverf. Deze tafel komt gewoon uit China, volgens mij. Ik zou zweren dat ik bij de buren precies dezelfde heb zien staan.’
Op dit punt informeerde de visite soms voorzichtig waarom ze zich dan niet gewoon naar de dichtstbijzijnde bouwplaats begaf om wat écht sloophout op de kop te tikken. Of waarom ze niet gewoon iemand een echte sloophouten salontafel voor ons liet maken. Er waren genoeg zelfstandigen die dat deden.
Hierop rolde mijn moeder met haar ogen, om aan te geven dat het bezoek het punt totaal gemist had. ‘Dit soort dingen waren altijd Cees zijn afdeling. Ik heb er totaal geen oog voor. En ook geen geld, trouwens.’

Het volgende sprintdoel, vierhonderd woorden binnen tien minuten, blijkt met dit verhaal niet haalbaar. Ik heb dat aantal binnen die tijd in het verleden weleens makkelijk gehaald, maar alleen wanneer ik midden in een verhaal zat en precies wist wie de personages waren en waar het allemaal heen moest. Nu loop ik nog tegen teveel vragen aan, een direct gevolg van het feit dat ik meteen een rond verhaal wil maken (ik, een perfectionist? Nee joh). Wie zijn deze mensen? Wat is er precies aan de hand?

In mijn laatste tien minuten produceer ik daarom nog geen driehonderd woorden: Dat was ook precies de reden dat er in onze woonkamer nog geen oude schatkist stond bij wijze van salontafel. Mijn vader was degene die de rommelmarkten af struinde en zorgde voor de originele vondsten in ons interieur. Mijn vader was degene die afdong en vervolgens ook nog zorgde dat een mannetje met een roestige aanhanger de nieuwe aanwinsten netjes tot in de woonkamer kwam afleveren. Mijn vader was degene die met zijn eigen onderneming het geld verdiende dat nodig was om dit soort curiosa in huis te kunnen tentoonstellen. Maar mijn vader woonde nu in zijn eentje op de woonboot die wij ooit met hem deelden. Hoewel, in zijn eentje? Ik had sterke vermoedens dat een andere vrouw nu het grootste deel van haar avonden sleet op de verzameling kleurige zitzakken die ooit voor ons bankstel moesten doorgaan.
Zonder mijn vader had mijn moeder noch het geld, noch de fantasie, noch de fysieke gesteldheid om een zware schatkist op te kop te tikken en naar huis te zien te krijgen. We hadden de woonboot noodgedwongen ingeruild voor een nieuwbouwflatje in een Vinexwijk, waar een sloophouten salontafel van de Gamma perfect paste, net als onze nieuw aangeschafte Pax-kasten en Klippan-bank. Voor het eerst in achttien jaar had ik een echte slaapkamer, met een deur, in plaats van te moeten slapen achter een geïmproviseerd schot in de woonkamer, vijandig aangestaard door een Afrikaans masker dat in de woonkamer hing en waarvan de zwarte ogen net boven het houten kamerscherm uit kwamen. Ik was gehecht geraakt aan dat masker. De eerste nachten in dit huis werd ik soms gedesoriënteerd wakker, zoekend naar het gezicht van Oeloe, zoals ik het masker al sinds mijn vroegste jeugd noemde. 

Al met al ben ik eigenlijk best heel tevreden, zeker voor een eerste dag. Mijn begin heeft me nieuwsgierig gemaakt. Het zou best kunnen dat ik nog wat verder schrijf, om te kijken waar het deze mensen nou precies om gaat. Niet om een zware schatkist die dienst moet doen als salontafel natuurlijk, zoveel weet ik al wel. Hier speelt meer.

Ik ben nu al benieuwd wat de volgende opdracht zal zijn en wat ik allemaal ga ontdekken in de komende weken. Wordt vervolgd!

2 Comments on Start Bootcamp: Schrijf met lef!

  1. Likaiar
    07-07-2015 at 08:44 (2 years ago)

    Dit klinkt echt super handig! Misschien als ik een rustige tijd tegemoet ga moet ik dit ook eens doen. (geen idee of het combineerbaar is met scriptiestress)
    Likaiar recently posted…Welkom op mijn blogMy Profile

  2. Eline Stiekema
    09-07-2015 at 20:53 (2 years ago)

    Dat kan ik je over een paar weken vertellen, of het combineerbaar is 🙂 Qua tijd is het volgens mij wel goed te doen, maar je moet ook de geestelijke ruimte hebben om over de opdrachten na te denken, merk ik.

Leave a Reply

CommentLuv badge