Geluk zit in een klein boekje

Ik ben een sucker voor invulboekjes en werkschriftjes, en bij de Flow zat afgelopen maand een bijzonder fijne: het Klein Geluk Boekje. In dit boekje kun je een half jaar lang elke dag invullen waarvoor je dankbaar bent en/of waar je gelukkig van wordt. Klinkt een beetje weeïg misschien. Maar als je hier elke dag even bij stilstaat – en het hoeft echt niet lang te zijn, want je kunt toch maar twee regeltjes schrijven – gebeurt er na verloop van tijd iets grappigs: je gaat door de dag heen óók meer kijken naar wat je blij maakt. Naar waar je gelukkig van wordt. En, als het even minder gaat: naar waar je troost uithaalt. Kortom: je ontwikkelt de gewoonte om te kijken naar wat er allemaal is, in plaats van naar wat er allemaal zou moeten zijn.

Ik heb het boekje nu vier weken achter elkaar ingevuld, en ik begin het effect te merken. Ik voel me tevreden en ben opmerkzaam voor kleine dingetjes die vanzelfsprekend lijken, maar dat eigenlijk niet zijn. En als ik even een leeg momentje heb, blader ik graag door het boekje om wat geluksmomentjes te herbeleven.

SAMSUNG DIGITAL CAMERADe Flow en het bijbehorende boekje. Van die voorkant word je toch gewoon al blij? Het leuke is: voor het omslag en de illustraties zijn foto’s gebruikt van Instagrammers die de Flow-redactie volgt. Echt uit het leven gegrepen dus. Bij elke foto in het boekje staat vermeld welke Instagrammer ‘m gemaakt heeft, dus als Instagram-liefhebber kun je meteen wat inspiratie opdoen voor nieuwe mensen om te volgen.

SAMSUNG DIGITAL CAMERAOp de rechterpagina heb je elke dag een paar regels tot je beschikking om op te schrijven waar je happy van wordt. Dit schreef ik in de eerste week, waarin ik de drukproef van Dubbelspel kreeg en een weekendje wegging met vriendinnen.

SAMSUNG DIGITAL CAMERAOp de linkerpagina staan steeds drie dingen om in te vullen die je aan het denken zetten over de week of over je leven in het algemeen. Welk geluk is er al wanneer je wakker wordt? Wat vond je deze week leuk om te horen? Met welke familieleden bof je echt? Wat deed je deze week helemaal voor jezelf? Ik merk dat het nadenken hierover mij bewuster maakt van al deze dingen. Complimentjes, fijne momenten voor mezelf: ik vergeet ze niet, ik schrijf ze op.

De editie van Flow waar dit boekje bij zit, is in elk geval nog tot woensdag te koop. Daarna is het een kwestie van geluk hebben of online nabestellen. Je kunt natuurlijk ook creatief zijn en je eigen dankbaarheidsdagboek maken, of een app op je telefoon installeren waarop je je zegeningen kunt bijhouden. Google maar eens op gratitude journal. Mogelijkheden zat!

Kleur je mindful

Ik heb het altijd jammer gevonden dat ik niet zo handig ben. Op knutselgebied kom ik al jaren niet verder dan collages met ezelsoren en rare lijmbulten. Voor breien en haken mis ik het geduld en ik krijg er zere schouders van.  Ik zou graag goed willen kunnen tekenen, maar het resultaat ontstijgt nooit het niveau dat ik had in groep 8, toen ik blijkbaar al op de toppen van mijn kunnen tekende. Ik zou dolgraag mijn eigen kleding ontwerpen en maken, maar ik weet nu al: dat wordt niks. Dus hou ik het maar bij schrijven. Ook leuk.

Maar toen kreeg ik voor mijn verjaardag een kleurboek. Dat was voor het eerst in pakweg twintig jaar. Maar de tijden zijn veranderd en inmiddels is het ook voor een volwassene volkomen salonfähig om een kleurplaat in te kleuren. Ze stonden een paar jaar geleden al in het zomernummer van ELLE en ook Flow zorgt regelmatig voor een paar mooie kleurplaten. Kleurboeken voor volwassenen schieten als paddenstoelen uit de grond. Het moge duidelijk zijn: kleuren mag, ook als je boven de negen bent.

En dat is maar goed ook, want het is heerlijk! De eerste maanden moesten mijn kleurboek en ik nog een beetje aan elkaar wennen en kleurde ik alleen af en toe een stukje als ik een tv-programma net te saai vond om mijn volledige aandacht erbij te houden. Maar sinds ik vorig weekend op een stressvol moment mijn kleurboek greep voor een kleursessie ter ontstressing, ben ik hooked. De hele afgelopen week is vrij heftig geweest en het kleuren was een perfecte manier om mijn volle hoofd een beetje leger te maken. De felle kleurtjes die ik gebruik, maken me automatisch vrolijker. Het geeft een heerlijke nutteloze voldoening om te kijken naar een afgemaakte kleurplaat; je hebt er niks aan, en toch ben je trots.

Maar de leukste ontdekking is misschien wel dat ik hier helemaal niet zo onhandig in ben. Dat ik het geduld kan opbrengen om heel secuur en netjes te kleuren. En dat ik zelfs een beetje trots kan zijn op het resultaat. Daarom hier een paar voorbeelden van mijn, ahum, ‘werk’.

Mijn eerste ingekleurde mandala. Mijn kleurboek staat vol met dit soort heerlijk gecompliceerde plaatjes.

Mijn eerste ingekleurde mandala. Mijn kleurboek staat vol met dit soort heerlijk gecompliceerde plaatjes.

Hier is een halve zondag aan opgegaan, met mijn singer-songwriter-playlist op Spotify op repeat.

Hier is een halve zondag aan opgegaan, met mijn singer-songwriter-playlist op Spotify op repeat.

Kleurplaat under construction. Een wel heel psychedelisch printje dit keer.

Kleurplaat under construction. Een wel heel psychedelisch printje dit keer.

Het eindresultaat! Berends ouders merkten hierbij op dat ik wel cadeaupapier kan gaan maken :)

Het eindresultaat! Berends ouders merkten hierbij op dat ik wel cadeaupapier kan gaan maken 🙂

Het kleurboek dat ik nu aan het volkladderen ben, is dit kleurboek van Flying Tiger. Maar er zijn er nog veel meer, zoals Het enige echte kleurboek voor volwassenen, waar nu ook een tweede deel van is verschenen. Bij een vriendin zag ik het kleurboek Mijn geheime tuin, vol priegelige bloemenpatroontjes. Genoeg te kleuren dus! Tegen de tijd dat ik deze allemaal heb volgemaakt ben ik waarschijnlijk volledig verlicht.

Inspiratie op de vreemdste plaatsen

Het is misschien een beetje vreemd voor iemand die ruim anderhalf jaar lang doktersromans heeft geschreven, maar ik heb zelf dus nooit wat. Griepepidemieën kunnen woest om zich heen grijpen, maar ik blijf altijd dat ene dominosteentje dat koppig rechtop blijft staan. De laatste keer dat ik in het ziekenhuis lag, was ik net geboren. Sindsdien ben ik er alleen nog maar terug geweest voor bezoekjes aan andere pechvogels. En die ene keer dat ik er wél even voor mezelf moest zijn, om een moedervlek te laten verwijderen, stond ik een half uur later alweer bij de Trendhopper om een lamp voor de woonkamer uit te zoeken. Oké, dat bleek niet zo’n slim idee. Maar verder ben ik, wat ziek zijn betreft, dus echt een bikkel. Het mag bijna een wonder heten dat ik me zo goed kon inleven in de zieke, zwakke en misselijke lieden die mijn doktersromans bevolkten.

Ik was dus eigenlijk een beetje verbaasd vorige week opeens midden in de nacht met knallende buikpijn in de auto zat, op weg naar de spoedeisende hulp. Na een paar uur lang te zijn bepoteld, geprikt en door vier verschillende artsen ondervraagd, werd de diagnose gesteld waar ik zelf al bang voor was: acute blindedarmontsteking. Als ik dan eindelijk eens ziek word, doe ik het blijkbaar meteen goed. Mijn beste vriendin Lisette vond het ook maar een vreemd idee, bleek later: “Een blindedarmontsteking, dat leek me nou helemaal niks voor jou.”

Ik werd in een rolstoel gezet (ziekenhuispolicy, zodra je bent opgenomen gaan ze ervan uit dat je ook niet meer zelf kunt lopen), kreeg een infuus en werd naar de afdeling gebracht. De volgende ochtend werd een echo gemaakt en werd besloten tot een operatie, nog dezelfde dag. Natuurlijk baalde ik. Natuurlijk was ik scared shitless en superzenuwachtig omdat ik nog nooit was geopereerd en nog nooit onder narcose was geweest. Maar ergens keek ik er ook vanaf een afstandje naar en dacht ik: zo gaat dit dus allemaal. Dat is handig om te weten. Dat kan ik gebruiken in een verhaal!

En zodra de mist van narcose en morfine een beetje was opgetrokken, begon ik weer op dezelfde manier om me heen te kijken. Ik observeerde de hele ziekenhuiswereld, die ik daarvoor nog nauwelijks kende. Ik keek hoe de verpleegkundigen hun ronde deden, hoe bezoek kwam en ging, hoe mensen werden binnengebracht of juist opgelucht naar huis vertrokken. Ik luisterde naar de gesprekken om me heen. Ik bekeek stiekem de zeker niet onknappe jongen in het bed tegenover me. En ik weet nu al dat deze hele ervaring op de één of andere manier ooit in een boek terecht gaat komen. Is het in elk geval nog érgens goed voor geweest.

 

1 2 3