De Life Improvement Tag: mijn dromen & doelen

Deze week kwam ik de Life Improvement Tag tegen: dertien vragen over dromen, doelen en de weg daar naartoe. Niet alleen heel leuk om in te vullen, maar ook goed om dit soort dingen eens op een rijtje te zetten. Wat wil ik het allerliefst, en welke stappen onderneem ik om daar te komen? De tag is gecreëerd door Streets Ahead, mijn nieuwste ontdekking op bloggebied, geheel gewijd aan productiviteit en alles uit het leven halen wat erin zit. I like! En dan nu: de vragen en mijn antwoorden daarop.

Wat is je grootste droom: wat wil je bereiken in je leven?
Mijn grootste droom is om te kunnen leven van het schrijven van romans. Dit is natuurlijk heel erg moeilijk en slechts weinigen gegeven, maar ik geef de hoop niet op dat het heel misschien ooit lukt! Gelukkig vind ik het ook erg leuk om op andere manieren geld te verdienen met schrijven, zoals in mijn werk als tekstschrijver.

Op welke manier ben je bezig met het waarmaken van deze droom?
Ik probeer dagelijks even met mijn manuscript bezig te zijn, al is het maar een kwartiertje (maar het liefst natuurlijk langer!). Ik sta graag op tijd op zodat ik nog even de tijd heb om eraan te werken voor de dag van start gaat.

Wat is het belangrijkste doel dat je dit jaar wilt bereiken?
Ik wil graag het manuscript afmaken waaraan ik begonnen ben en meer opdrachten binnenhalen als freelance tekstschrijver.

Wat is jouw #1 tip voor het bereiken van doelen?
Gewoon stug doorwerken. Ook als het even niet wil vlotten. Gewoon elke keer weer gaan zitten en het opnieuw proberen. Toen ik mijn boek Dubbelspel schreef, stond ik elke dag om half zeven op om onder dwang van het programma Write or Die duizend woorden te produceren. Natuurlijk ging dat niet elke dag even makkelijk. Maar op de dag van de deadline lag er wel een manuscript klaar.

Hoe maak jij een dagplanning/to do lijst?
Ik maak een weekplanning op zondagavond of maandagochtend. Omdat ik vaak met veel verschillende dingen bezig ben, werk ik graag met een prioriteitenmatrix om daar overzicht in aan te brengen. Hierbij verdeel je je taken over vier vakken: ‘belangrijk +urgent’, ‘belangrijk + niet urgent’, ‘niet belangrijk + urgent’ en ‘niet belangrijk + niet urgent’ (die laatste categorie noem ik meestal gewoon ‘overig’). Ik ben daar echt fan van, het is zo’n fijn systeem!

Omdat ik altijd met zoveel verschillende dingen bezig ben, maakte mijn vriendin Ilse als surprise deze multitaskende inktvis voor me.

Omdat ik altijd met zoveel verschillende dingen bezig ben, maakte mijn vriendin Ilse als surprise deze multitaskende inktvis voor me.

Hoe ga je te werk in een super drukke periode?
Ik plan strakker: ik maak per dag een schema van welke taken ik die dag moet doen, en probeer me daar zo goed mogelijk aan te houden.

Wat is jouw #1 planning tip?
De eerder genoemde prioriteitenmatrix.

Wat is jouw ochtendritueel?
Ik ben sinds kort begonnen met een vast ochtendritueel á la The Miracle Morning van Hal Elrod. Een blog hierover volgt nog als ik het wat langer vol weet te houden, haha! Momenteel ziet mijn ideale ochtendritueel er als volgt uit: huispak aanschieten, glas water drinken, mediteren met de app Buddhify, morning pages schrijven, een half uurtje aan mijn manuscript werken, douchen en aankleden, ontbijten. Ik vind het altijd erg lekker om ‘s ochtends meteen met schrijven bezig te zijn, dus ik heb goede hoop dat ik het volhoud zo!

Waarvan krijg je energie? Waarom?
Ik krijg altijd veel energie van andere mensen, en dan vooral als ik een leuk gesprek met ze heb. Ook een enorme energiebron: het bedenken van een nieuw verhaal. De eerste fase vind ik altijd het leukst.

Wat doe je in het geval van een mental breakdown?
Daar heb ik gelukkig zelden last van, maar als ik me echt ellendig voel is er maar één remedie: van me af schrijven. Ik kan kantjes volschrijven dan, en het lucht altijd ontzettend op.

Welk boek heeft jou het meest geïnspireerd of gemotiveerd? Waarom?
Big Magic van Elizabeth Gilbert. Ik was al fan van haar sinds Eten, Bidden, Beminnen en toen schreef ze ook nog een boek dat barst van de wijze en rake inzichten over creativiteit. Bijvoorbeeld dat je dingen moet maken omdat je dat gewoon het allerliefst doet. En niet omdat je er geld of aanzien mee hoopt te verwerven. Volgens Elizabeth Gilbert creëren mensen dingen omdat ze er een beetje verliefd op zijn. En ik geloof wel dat dat klopt.

Dit geweldige borduurwerkje kreeg ik van mijn vriendin Mariëtte, en het heeft sindsdien een ereplaatsje bij mijn bureau!

Dit geweldige borduurwerkje kreeg ik van mijn vriendin Mariëtte, en het heeft sindsdien een ereplaatsje bij mijn bureau!

Welke film (of serie, of documentaire) heeft jou het meest geïnspireerd of gemotiveerd? Waarom?
Hmm, dat weet ik eigenlijk niet. Als ik tv of film kijk, gaat dat meestal over onderwerpen die niets te maken hebben met wat ik doe. Ik doe dat puur voor de ontspanning. Ik herinner me wel dat ik een paar jaar geleden een documentaire zag over jongeren op de arbeidsmarkt, waarin een jonge ondernemer zei: ‘Voor de opleidingen van nu zijn later geen banen, en voor de banen van later zijn nu geen opleidingen.’ Hij bedoelde dat jongeren moesten beginnen hun eigen baan te creëren en zichzelf eventueel de nodige skills moesten leren. Dat vind ik nog steeds heel inspirerend.

Welke blog inspireert of motiveert jou het meest? Waarom?
SoChicken, omdat ik er heerlijk simpele maar doeltreffende adviezen lees die allemaal te maken hebben met geluk, tevredenheid, dromen najagen en minimalisme. Het zijn vaak dingen die ik best weet maar die fijn zijn om als reminder weer even te lezen.

Ik ben heel benieuwd wat andere bloggers op deze vragen antwoorden! De tag mag worden overgenomen, mits je het even doorgeeft op het blog van Streets Ahead.

Waarom ik mijn Netflix account heb opgezegd

Anderhalf jaar lang was ik, net als miljoenen andere Nederlanders, geabonneerd op Netflix. Ik deed hard mijn best om de series te volgen waar die miljoenen Nederlanders het zo vaak over hadden: Orange Is The New Black, Pretty Little Liars, Downton Abbey. Met in mijn achterhoofd een groeiend lijstje van series die ik ook nog moest zien: Homeland, Suits, House Of Cards… Zo veel te kijken, zo weinig tijd.

Of: zoveel te kijken, zo weinig zin? Mijn Netflix-kijkgedrag werd namelijk belemmerd door een klein persoonlijk defect: ik kan niet zo goed bingewatchen. Na één, hooguit twee afleveringen vind ik het gewoon wel weer genoeg geweest. Dat Netflix automatisch de volgende aflevering start als je niet zelf op ‘stoppen met kijken’ klikt, vind ik niet handig, maar nogal opdringerig. Ik bepaal graag zelf of ik serieverslaafd raak, daar hoeft Netflix me niet bij te helpen.

Maar ja, op die manier word je natuurlijk nooit een grootverbruiker van series. Seizoen na seizoen van ‘mijn’ series verscheen, ik liep altijd hopeloos achter, gestrand ergens halverwege seizoen 1. Voor het kunnen meepraten hoefde ik het dus niet te doen. En de lijst van series die ik nog ‘moest’ kijken bleef maar groeien.

Regelmatig begon ik vol goede moed aan een nieuwe serie, hopend dat dit dan misschien de serie was die me over de streep zou trekken en me uit mijn slaap zou houden. Maar altijd verloor ik mijn interesse ergens omstreeks aflevering 6. Keek ik weer weken niet, waarna ik de draad kwijt was en geen zin meer had om te kijken uit angst dat ik het niet meer zou snappen.

Onlangs heb ik dus maar de conclusie getrokken: series en ik, het is geen match. Netflix en ik, wij kunnen maar beter uit elkaar gaan. Bingewatching en ik, het wordt nooit wat. Maar er is iets anders wat ik wél heel goed kan: bingereading. Ik jaag er makkelijk honderd bladzijden doorheen in een avondje. Ik lees gemiddeld een boek per week. Ik hoef mezelf er niet toe te zetten, het gaat helemaal vanzelf.

Ik vind het heerlijk rustig. Ik voel niet meer de druk van Netflix, wat ik van mezelf moest gebruiken omdat ik er nou eenmaal voor betaalde, wat natuurlijk belachelijk is. Ik voel ook niet meer de druk van het ‘moeten’ volgen van series, om te kunnen meepraten. Vanaf nu kom ik er rond voor uit: ik ben geen bingewatcher. Ik ben een bingereader, and proud of it. 

Het gevaar van de bucket list

De bucket list. Hele volksstammen maakten ‘m in de afgelopen paar jaar. En het is natuurlijk een heel leuk en inspirerend idee om een lijstje te maken van de dingen die je nog wilt meemaken voordat je dertig/veertig/vijftig wordt, voordat je kinderen krijgt of voordat je doodgaat (of: kick the bucket, zoals ze in het Engels plegen te zeggen). Maar wat als je niet aan je eigen lijstje blijkt te kunnen voldoen?

SAMSUNG DIGITAL CAMERA

Ik geef toe: het was ook wel een beetje ambitieus. Precies een jaar geleden, een paar dagen voor mijn negenentwintigste verjaardag, bedacht ik opeens dat ik een pre-dertig bucket list wilde maken. Ik schreef op dat ik de volgende dingen wilde doen voor mijn dertigste:

  • Een roadtrip maken door Californië. Als het even kon zouden we beginnen met een paar dagen New York en aan het eind van de trip Las Vegas ook nog even meepakken.
  • Een weekend weggaan in mijn eentje. Liefst in een grote stad met veel zonuren, zoals Barcelona, Rome of Lissabon.
  • Naar een groot festival, zoals Lowlands, Best Kept Secret of Rock Werchter.
  • Mijn tweede boek uitgegeven krijgen.
  • Een lezing of schrijfworkshop geven.

Nu zijn we een jaar verder en kan ik precies nul punten van mijn bucket list afvinken. Oké, mijn eerste lezing met aansluitende schrijfworkshop komt er, zij het een week ná mijn dertigste verjaardag. En ik ben er in ieder geval in geslaagd dat tweede boek te schrijven, al vond ik het bij nader inzien gewoon niet goed genoeg. Maar ik heb het afgemaakt, en dat is ook wat waard.

Over de reis naar Amerika hebben Berend en ik heel serieus nagedacht. We sloegen er alleen steil van achterover toen we er achter kwamen hoeveel we daarvoor opzij zouden moeten zetten. Dat was het ons op dit moment simpelweg niet waard. Als je samen tot de conclusie komt dat je een vakantie in Kroatië eigenlijk net zo leuk vindt, is de motivatie om duizenden euro’s bij elkaar te sparen opeens een stuk lager.

Het weekend weg en het festival waren zonder die reis naar Amerika financieel nog wel haalbaar geweest – mét absoluut niet, what was I thinking?! – maar hier speelde de tijd me parten. Ik werk op vrijdag en zaterdag. De maanden vlogen voorbij en ik kon niet zomaar twee weekenden vrij nemen van mijn werk. Zeker in de zomermaanden, wanneer juist al die festivals zijn, is vrij nemen vaak lastig vanwege collega’s die ook vakantie willen vieren. Los daarvan heb ik natuurlijk ook geen onbeperkt aantal vrije dagen.

Als ik nu mijn bucket list bekijk, zie ik dat ik die eigenlijk in een vlaag van paniek geschreven heb. Rond mijn negenentwintigste verjaardag besefte ik opeens dat ik niet eeuwig jong en veelbelovend zou blijven. Ik piekerde veel over de toekomst en was heel bang om niets te bereiken. Om me oud, saai en mislukt te voelen. Mijn bucket list schreef ik om een gevoel van controle te krijgen. Het opschrijven van de intentie om iets te doen, geeft bijna hetzelfde gevoel als het daadwerkelijk doen.

Als ik me nu nog steeds zo zou voelen als een jaar geleden, zou ik mezelf nu een ontzettende loser vinden. Dát is het gevaar van de bucket list: er dingen op zetten die niet haalbaar zijn, of binnen een termijn die niet haalbaar is, en jezelf vervolgens affakkelen omdat het niet gelukt is om je eigen punten af te vinken.

Gelukkig doe ik dat niet, mezelf affakkelen, en ik vind mezelf al evenmin een loser. Ik heb gewoon andere keuzes gemaakt. Ik koos ervoor om het dagelijks leven zo aangenaam mogelijk te maken. Door te zorgen dat ik wat te besteden had, omdat ik niet alles opzij hoefde te zetten voor die grote reis. Dat heeft me heel veel kleinere geluksmomenten opgeleverd.

Die reis naar Amerika komt er heus nog weleens. Dat weekend weg in mijn eentje ook. Dat tweede boek ook. Maar waarom zou dat eigenlijk allemaal voor mijn dertigste moeten? Het leven houdt niet op bij dertig. Voor hetzelfde geld begint het nu pas echt. Ik word overmorgen dertig en ik ben er klaar voor!

En, hoe gaat het nu met schrijven? #2

Een half jaar geleden leek het me nog het ergste wat me zou kunnen gebeuren: dat Dubbelspel niet zou worden opgevolgd door een tweede chicklit. Mijn onderbuikgevoel dat dit weleens zou kunnen gaan gebeuren, werd langzaam maar zeker sterker. Maar ik vocht er tegen. Er moest een tweede boek komen, dat moest gewoon. Ik was ervan overtuigd dat ik me anders een verschrikkelijke faalhaas zou voelen.

SAMSUNG DIGITAL CAMERA

En toen ging dat tweede boek dus inderdaad niet door. Datgene waar ik het allerbangst voor was, gebeurde. Na Het Gesprek loodste ik mijn autootje door het drukke Amsterdamse verkeer terug naar de snelweg, wachtend tot het gevoel dat ik nu officieel een mislukkeling was me zou verpletteren.

Maar er gebeurde eigenlijk niet zoveel. Ik voelde me hooguit een beetje leeg. Alsof ik plotseling vakantie had gekregen. En natuurlijk was het vervelend om het aan iedereen te moeten vertellen. Ik bracht het meestal maar een beetje luchtig: ‘Hé trouwens, ken je die mop van dat tweede boek dat er zou komen…?’

Ik doorliep een manische nieuwe-ideeën-fase, waarin ik een aantal bijzonder gammele scenario’s voor een mogelijke dystopische roman bedacht. Vervolgens kwam de navelstaar-fase, waarin ik begon aan mijn autobiografie, in de hoop een vruchtbaar jeugdtrauma aan te treffen om een nieuw boek over te schrijven.

Ik ben niet verder gekomen van 1994, want we gingen op vakantie. Onder de Kroatische zon merkte ik hoe moe dat hoofd van mij eigenlijk was. Moe van het speuren en graven naar nieuwe ideeën. Moe van het willen schrijven van een boek. Moe van het schrijfster willen zijn. Langzaam ontstond het besluit om gewoon eerst maar eens een tijdje te gaan leven.

Dus deed ik in de zomer drie weken lang mee met een schrijf-bootcamp. En inmiddels heb ik ook een cursus SEO afgerond. Daarnaast lees ik me helemaal suf, momenteel vooral dikke Amerikaanse boeken. Ik heb net The Art of Fielding van Chad Harbach uit, en ik ben onder de indruk en geïnspireerd. Zo’n boek zou ik ook wel willen schrijven!

Ik schrijf nieuwe ideetjes in mijn kleine zwarte ideeënboekje. Zo nu en dan maak ik een opzetje voor een verhaal of een boek. Ik denk na over wat ik zélf wil schrijven, in plaats van wat ik denk dat andere mensen willen dat ik schrijf. De kans dat ik ooit rijk zal worden van schrijven is klein. De kans dat ik het altijd voornamelijk voor mijn plezier zal doen is groot. Dus kan ik maar beter zorgen dat ik schrijf wat ik zélf leuk vind.

Moraal van het verhaal? Het ergste dat ik dacht dat kon gebeuren, is gebeurd. En het bleek helemaal niet zo erg te zijn. Geen moment voelde ik me een faalhaas, zoals ik van tevoren had verwacht. Mijn leven is nog grotendeels hetzelfde. Het enige dat echt is veranderd, is dat ik me relaxter voel. Ik was verkrampt, nu ben ik ontspannen. Logisch ook. Als het ergste helemaal niet zo erg blijkt te zijn, is dat een hele bevrijding.

Kan ik een digitale nomade worden?

Er is één type mens dat mij de laatste tijd mateloos fascineert: de digitale nomade. Je hebt er misschien al eens iets over gelezen; er is groeiende groep mensen die met hun laptop in een rugzakje de wereld over trekken, om te werken waar ze maar willen. Tekstschrijven onder een rieten parasol op een Thais strand. Webdesignen in een koffiebarretje in Andalusië. Zo lang er maar wifi is, kan de hele wereld je kantoor zijn. Klinkt niet slecht, toch? Vandaar dat ik de laatste tijd soms naar de grijze lucht staar en me afvraag: een digitale nomade, kan ik dat ook worden? 

20150813_vakantie1

Vraag 1: heb ik flexibel werk?
Werk dat je mee op reis kunt nemen is een absolute vereiste voor een bestaan als digitale nomade. Aangezien ik naast mijn schrijverijen in een winkel werk, is het antwoord op deze vraag voor mij op dit moment een absolute nee. Totdat ik in staat ben een zelfstandig functionerend hologram van mezelf te maken, kan ik niet vanaf Lanzarote mijn werk in de winkel uitvoeren. Maar als ik zou werken als zelfstandig tekstschrijver, zou dit waarschijnlijk vaak wél kunnen. Dat geldt voor alle beroepen die je vanaf een afstandje kunt uitvoeren. Zolang je het resultaat maar op de afgesproken tijd per e-mail kunt versturen, kun je werken waar je maar wilt. 

Vraag 2: heb ik een laptop?
Ja, ik heb een laptop. Al is dat wel een oud beestje aan het worden. En laatst had ik al ruzie met het wifi-netwerk van de Coffee Company, dus het valt te betwijfelen of het me diep in de bush dan wel zou lukken om verbinding met internet te maken. Gelukkig zijn er tegenwoordig allemaal handige workarounds, zoals een 3G-tegoed dat je gewoon los kunt kopen. Locatie-onafhankelijk werken wordt daardoor steeds makkelijker. Al zou ik nog wel even moeten zorgen voor een goede back-up… maar dat moet ik natuurlijk eigenlijk sowieso. (Echt vandaag doen. Echt.)

Vraag 3: heb ik thuis wezentjes rondlopen die van mijn zorg afhankelijk zijn, zoals kinderen of dieren?
Kinderen: nee. Dieren: ja. Of tenminste één dier, onze geweldige kat Liesje. Vanwege Liesje hebben we onze vakanties de afgelopen jaren beperkt tot maximaal twee weken. En in de weken voor we gaan word ik altijd bevangen door een immens schuldgevoel: we gaan dit arme beestje twee weken alleen thuis laten, en ze wéét het nog niet eens. Natuurlijk komen er elke dag lieve mensen langs om voor haar te zorgen, maar het idee dat ze drieëntwintig en een half uur per dag alleen zal doorbrengen, breekt mijn hart. Ook op vakantie vraag ik me regelmatig af hoe het met mijn huisdraakje gaat. Ja, Liesje is absoluut een complicerende factor voor een eventueel bestaan als digitale nomade. Tenzij ik natuurlijk alleen de wereld in zou trekken, en Berend thuis zou blijven om voor Liesje te zorgen. Maar rondreizen zonder hem, daar lijkt me dan weer helemaal niks aan.

Vraag 4: heb ik snel last van heimwee?
Dat zou ik eigenlijk niet weten, gezien het feit dat ik zelden langer dan twee weken van huis ben. Maar het lijkt me niet makkelijk om mijn familie en vrienden lang te moeten missen. Want na zo’n vakantie van twee weken kan ik meestal niet wachten om iedereen weer te zien. En het lijkt me best lastig om minder bij de levens van mijn lievelingsmensen betrokken te zijn, omdat je steeds een paar tijdzones verderop zit. Skypen is ook niet alles. Het schijnt dat mensen die veel reizen om die reden ook helemaal niet significant gelukkiger zijn dan huismussen.

Vraag 5: kan ik de definitie van ‘digitale nomade’ wat aanpassen?
Ik las in het Stadsblad laatst een kort interview met iemand die zich een digitale nomade noemde omdat ze elke dag in een ander Utrechts koffietentje werkte. Kijk, zo kan ik het natuurlijk ook. Ik ben al een hele tijd van plan om een grote Utrechtse-koffietentjes-test te doen en te kijken waar je nou het lekkerst kan werken. En natuurlijk is er niets dat mij tegenhoudt om op mijn vrije dagen naar de kust te rijden en met mijn laptop een strandtent (met wifi) op te zoeken. Maar uiteindelijk kies ik toch steeds weer voor mijn eigen werkhoekje, met mijn eigen koffie en Liesje die om me heen drentelt. Als ik echt een digitale nomade zou willen worden… dan zat ik nu waarschijnlijk ook niet thuis. 

1 2 3 4 7