Bootcamp 2.0: schrijven met nog meer lef (en een doel!)

In de zomer van 2015 deed ik mee aan het Schrijf met Lef Bootcamp, een drieweekse schrijfcursus waarin ik dagelijks een schrijfoefening kreeg per e-mail. Ik vond het erg leuk om te doen en om buiten mijn vertrouwde kadertjes te leren denken. Ik was dan ook blij verrast toen ik een paar weken geleden een mailtje van schrijfcoach Kelly Meulenberg in mijn inbox vond, waarin ze me uitnodigde om nog eens mee te doen.

Kelly’s mailtje kwam eigenlijk als geroepen, al besefte ik dat pas echt toen ik het las. Al driekwart jaar was ik zoekende op schrijfgebied. Erg leuk, al dat geëxperimenteer, maar ik merkte dat ik ernaar begon te verlangen om mijn tanden weer in een groot project te kunnen zetten. Zo’n schrijfproject waar je hart sneller van gaat kloppen, waar je elke dag aan wilt werken omdat je er gewoon een beetje verliefd op bent.

Het verhaal waar ik op dat moment mee bezig was – een lange uitloop van NaNoWriMo – bleek een gevalletje I’m just not that into you. Een belangrijke verhaallijn uit het manuscript dat ik vorige lente zo rücksichtlos in de steek had gelaten, bleef echter aan me trekken. Romantische feelgood, had ik eigenlijk niet bedacht dat ik wilde kijken of ik een andere richting in kon slaan? Nou, blijkbaar wil ik dat dan toch niet. En dit verhaal wil duidelijk geschreven worden. Door mij.

Ik startte dus weer met het Bootcamp. En dit keer deed ik het heel anders dan de vorige keer. In plaats van de oefeningen te gebruiken om te experimenteren, paste ik ze allemaal toe op het verhaal dat ik in gedachten had. Ik schreef mogelijke eerste hoofdstukken, dialogen, scènes vanuit allerlei verschillende perspectieven (zelfs dat van een jurk). Ik ontdekte dat mijn hoofdpersoon saai was en gaf haar karakter een flinke draai richting pittig. Ik schreef steeds nieuwe opzetjes, paste de plot steeds aan tot ik helemaal tevreden was.

In plaats van bij A te beginnen en door te werken tot ik heel misschien ooit bij Z zou aankomen, probeerde ik nu van alles om te zien wat wel werkt en wat niet. En die benadering, die werkte op zich al heel goed! Net als de vorige keer vond ik het leuk om te spelen, maar dit keer leverde het zo nu en dan een resultaat op dat ik ook echt zou kunnen gebruiken. En anders op z’n minst nieuwe inspiratie. Natuurlijk zaten er ook oefeningen tussen waarvan ik dacht: oh man, hoe ga ik hier nou weer mijn verhaalidee in verwerken? Maar wonder boven wonder is het me iedere keer gelukt.

Inmiddels heb ik alle oefeningen gedaan en heb ik een vrij duidelijk beeld van het verhaal (boek?) dat ik wil gaan schrijven. Ik hou het meeste nog even lekker voor mezelf, maar ik zal alvast een tipje van de sluier oplichten: het speelt zich allemaal af rondom een bruidsatelier. Dus ja, ik zit nu meerdere keren per week naar Say Yes To The Dress en Bride By Design te kijken bij wijze van ‘research’. Mijn verhaal en ik zitten lekker in de wittebroodsweken samen, en dat is heerlijk!

SAMSUNG DIGITAL CAMERA

Bootcamp week 3: bekvechten en een blind date

De laatste week van het Schrijf met Lef-bootcamp stond voornamelijk in het teken van perspectief. Ik houd enorm van spelen met verschillende perspectieven, dus dit was echt mijn week! Over inspiratie had ik niks te klagen en ik heb de schrijfopdrachten met veel plezier gemaakt. Er is zelfs een kort verhaal uit komen rollen dat gewoon meteen af was. Behoorlijk productief dus, deze laatste week!

SAMSUNG DIGITAL CAMERA

Kind en volwassene
De eerste twee opdrachten van de week heb ik samengetrokken tot één. Het was de bedoeling om een scène te schrijven vanuit het perspectief van een kind dat het gesprek aangaat met een volwassene. Vervolgens herschrijf je deze scène vanuit het perspectief van een volwassene.

Deze opdracht leverde in de gezamenlijke Facebookgroep allemaal komische verhalen op, bijvoorbeeld over kinderen die willen weten waar baby’s vandaan komen. Veel verhalen waren uit het leven gegrepen. Zelf koos ik ook voor een jeugdherinnering: het feit dat ik als kleuter even dacht dat mijn opa en oma zouden gaan scheiden omdat ik ze met elkaar had horen kibbelen. Het was nog best lastig om dit vanuit een kinderperspectief te vertellen, zonder al teveel te vervallen in telling. Het volwasseneperspectief was makkelijker, maar in vergelijking opeens een beetje saai. Een kind is eigenlijk een veel leuker en origineler soort hoofdpersoon!

Bekvechten
Een andere opdracht was het schrijven van een scène die alleen maar bestond uit dialoog, waarin twee personages met elkaar bekvechten. Dat klinkt makkelijk, maar probeer maar eens een geloofwaardig verbaal gevecht op te tekenen, dat op een logische manier verder escaleert en het liefst ook nog leuk is om te lezen. Ik greep hiervoor terug op mijn allereerste verhaal, over de gescheiden ouders en de sloophouten salontafel, en liet de dochter bij haar vader aankloppen om wat meubels uit het voormalig ouderlijk huis op te eisen. 

‘Je had beter even kunnen bellen van tevoren. Ik moet zo naar bikram yoga.’
‘Sinds wanneer moet ik bellen voor ik bij mijn vader mag langskomen? Dit is ook nog steeds mijn thuis.’
‘Jouw thuis is nu in Leidse Rijn. Jij en mama hebben toch een mooi appartementje daar?’
‘Ja, daarom kom ik dus even langs. Dat mooie appartementje is nog heel erg leeg. We hebben meubels nodig.’
‘Als ik me niet vergis, heb ik je moeder een bijzonder mooi bedrag gegeven om nieuwe meubels te kopen.’
‘Pap, je hebt echt geen idee wat meubels tegenwoordig kosten. We hebben kasten kunnen kopen, een nieuwe bank en een spuuglelijk tafeltje van zogenaamd sloophout. Ons huis heeft geen ziel. Dit hier, dit zijn onze spullen. We hebben recht op de helft.’
‘De helft! Ik pieker er niet over.’

Zo kissebissen ze nog een tijdje door, terwijl vriendje Roy buiten wacht met de aanhanger. Die uiteindelijk niet wordt volgeladen, want vader blijkt onverzettelijk. Ik heb dit verhaal stiekem al wat meer uitgedacht tijdens de opdracht ‘Plan je route’ in week 1, en een vader die zomaar de helft van zijn meubels afstaat, past niet in de plannen. Het is grappig hoe makkelijk de scènes van dit verhaal eruit komen rollen, zonder enige planning of bedoeling. Misschien juist wel daardoor.

Resultaat
Het meest tevreden ben ik deze week over het verhaal dat ik schreef voor de opdracht ‘Laat werelden botsen’. Hierin moest ik vanuit twee verschillende perspectieven een blind date beschrijven. Heerlijk om te doen, en het leverde direct een leuk verhaal op, dat zo bij de korte verhalen op mijn website kan. Lees hier het complete verhaal ‘Blind date’.

Alle opdrachten zijn nu gedaan, het bootcamp zit er bijna op. Wel staat er nog een telefonische coachingssessie met Kelly op het programma waar ik erg benieuwd naar ben. Ik ben ook van plan om alle opdrachten nog eens rustig door te nemen en de lastige nog een keer te maken. En ik ga verder met het verhaal over de gescheiden ouders dat zich zo wonderbaarlijk makkelijk laat schrijven.

Volgens mij heb ik best een hoop geleerd in de afgelopen weken, al weet ik nog niet helemaal zeker wát precies. Ik denk dat mijn schrijven scherper is geworden, wat meer to the point, met nog wat meer showing en wat minder telling. Het lukt me ook steeds beter om mijn Innerlijke Critica even te parkeren en gewoon wat aan te rommelen. Ik merk dat dat vaak de leukste dingen oplevert.

Ik heb nu in elk geval een heleboel materiaal verzameld: losse scènes, beginnetjes, haiku’s en zelfs een compleet kort verhaal. Het was leuk om zo los en experimenteel te werken, want meestal werk ik aan Een Groot Project, en doe ik er niets anders naast. Maar het rommelen bevalt me momenteel eigenlijk wel heel goed, dus ik denk dat ik nog even op deze voet verderga. En maak je geen zorgen, lieve lezer: ik zal je zeker laten meegenieten! Dus stay tuned. 

Bootcamp week 2: show-don’t-tell, haiku’s en tijdgebrek

Toen ik mijn vorige blog schreef, zag ik het al aankomen: de tweede bootcamp-week zou een hele drukke worden. En dat klopte. Gelukkig heb ik bijna al mijn schrijfopdrachten toch kunnen doen, op één na. Die bewaar ik voor een andere keer, of misschien kom ik er deze week wel aan toe. Ook zonder die ene opdracht merk ik dat mijn schrijven vooruit gaat, dat ik wat meer buiten de box begin te denken en dat ik wat scherper formuleer. Dat was precies de bedoeling!

SAMSUNG DIGITAL CAMERA

Show, don’t tell

De afgelopen week stond vooral in het teken van showing. Als de tegenhanger van telling, zeg maar. De meeste schrijvers wéten wel dat je verhaal boeiender wordt als je dingen laat zien in plaats van alles te benoemen (bijvoorbeeld: ‘een stille traan liep langs haar wang’ in plaats van ‘ze was verdrietig’). Maar het is niet altijd makkelijk om dit in de praktijk te brengen.

Tijd om hiermee te gaan oefenen dus, want showing maakt een verhaal écht veel sterker. Bij de eerste oefening, toen ik op zoek moest naar voorbeelden van telling in een eerder geschreven fragment, merkte ik gelukkig dat ik al veel gebruik maak van showing en weinig van telling. En de paar keer dat ik toch aan het vertellen was, kon ik dit vrij makkelijk ombuigen.

De oefeningen die daarop volgden waren wat pittiger. Probeer bijvoorbeeld maar eens een plek te beschrijven door de ogen van een blinde hoofdpersoon! Opeens moet je dan heel actief andere zintuigen gaan inzetten. Je moet vindingrijker zijn en je beschrijving wordt minder gemakzuchtig. Nog iets lastiger was het beschrijven van een personage dat een sterke emotie beleeft, terwijl je alleen maar lichaamstaal mag gebruiken. Dat is showing op z’n best.

Haiku en senryu

En toen moest ik ook nog een gedicht gaan schrijven! Een haiku om precies te zijn, of eigenlijk een senryu, de psychologische variant van de haiku, die niet over de natuur gaat maar over de mens. De senryu kent dezelfde structuur als de haiku: vijf lettergrepen, zeven lettergrepen, vijf lettergrepen. Ik had me hier nooit eerder mee beziggehouden, omdat ik er doorgaans niet van houd om te worden beperkt door dat soort regeltjes. Maar nu moest ik wel…

En guess what: toen ik de smaak eenmaal te pakken had, vond ik het superleuk! De vaste structuur van de haiku/senryu dwingt je om heel kernachtig en scherp te formuleren wat je wilt zeggen, en dat is echt een uitdaging voor mij. Het resultaat is een klein en eenvoudig tekstje, dat toch heel veelzeggend kan zijn. Als een schetsje. Ik heb altijd willen kunnen tekenen omdat je dan overal en nergens kunt gaan zitten schetsen. Met schrijven kon dat niet, dacht ik. Maar deze week besefte ik dat je wél overal en nergens een haiku of een senryu kunt gaan zitten schrijven. Het kan tenslotte over van alles gaan.

Het moment waarop ik dit schrijf, laat zich bijvoorbeeld ver-haiku’en als:
De poes op mijn schoot
dwingt me om scheef te typen
Maar ze spint zo lief. 

Afgelopen vrijdag in dichtvorm:
Ik ben moe vandaag
Maar ik heb altijd nog puf
voor een bord eten.

Een wat meer serieuze senryu:
Als het aan mij lag
had niemand ooit nog verdriet

Ik voel het voor hen. 

Ik heb echt het gevoel dat ik nieuw speelgoed heb gevonden. Veel leuker dan een nieuw spelletje op mijn telefoon, ook nog.

De komende week is alweer de laatste week bootcamp, en ik ben heel benieuwd wat er allemaal nog aan bod zal komen. Ik hoop dat ik iets meer tijd voor de opdrachten zal hebben, maar zo niet, dan ga ik volgende week gewoon nog even lekker door!

Bootcamp Schrijf met Lef: week 1

Mijn eerste week Bootcamp zit erop! Ik had niet elke dag evenveel tijd om te schrijven, maar uiteindelijk heb ik alle opdrachten kunnen doen. Grappig om weer eens ouderwets ‘huiswerk’ te maken! Maar wat heb ik in deze eerste week nu eigenlijk geleerd?

SAMSUNG DIGITAL CAMERA

Inspiratiebronnen verzamelen
Natuurlijk werk ik al jaren met een little black book waarin ik alle ideeën opschrijf die komen opborrelen. Deze week kreeg ik echter ook de opdracht om gericht op zoek te gaan naar inspiratie, aan de hand van een vragenlijst. Ik moest nadenken over vragen als:

– Welke onderwerpen in het nieuws trekken je aandacht?
– Waar ben je bang voor?
– Wat maakt je kwaad?
– Waar weet je nu al veel vanaf?
Zo heb ik een heel lijstje onderwerpen verzameld die geschikt zijn om over te schrijven. En dat zijn niet altijd de dingen waar je uit jezelf op komt. Bijzonder nuttig dus, deze oefening!

Paars schrijven
Ik moest even iets overwinnen voor ik aan de opdracht ‘paars proza’ begon. Ik moest namelijk zo lelijk mogelijk schrijven. Dat is grofweg de betekenis van de uitdrukking purple prose: een tekst die te overdreven is, met veel te veel bijvoeglijke naamwoorden, te lange zinnen en lelijke tangconstructies. Precies die dingen die ik afschuwelijk vind als ik ze bij anderen tegenkom en die maken dat in onmiddellijk stop met lezen. En nu moest ik zelf. En het zou niet mooi worden. Horror!

Toen ik eenmaal bezig was, was het natuurlijk ook wel heel grappig. Ik maakte deze opdracht tijdens een treinrit van Utrecht naar Amsterdam, en had met mezelf afgesproken om te blijven typen tot de trein daar bijna aankwam. Door de treinsetting kwam ik al snel op het idee om te schrijven vanuit een lichtelijk geflipte, wollig sprekende conducteur. Leermoment: ik ga er niet dood van als ik een keer iets maak voor de grap, en niet alles hoeft meteen wonderschoon te zijn.

Spelen met perspectief
Perspectiefwisselingen zijn al sinds jaar en dag onderdeel van al mijn verhalen, dus ik weet als geen ander hoe je daarmee spanning opbouwt. Vooral personages met conflicterende belangen zorgen voor een boeiend verhaal. Hiermee oefenen betekende voor mij dus weinig nieuws. In combinatie met een aantal drukke dagen en een vol hoofd zorgde dit ervoor dat de inspiratie voor deze oefening niet echt wilde stromen. Uiteindelijk heb ik er wel iets grappigs van weten te maken, maar qua geloofwaardigheid liet mijn verhaaltje wel wat te wensen over. Toch ben ik er al met al best tevreden mee, en ik ben blij dat ik de opdracht gewoon gemaakt heb. 

De route plannen
Ik ben altijd heel erg van het maken van opzetjes en denk ieder verhaal grofweg uit voor ik het ga schrijven. Maar cursusleidster Kelly biedt hiervoor een ideaal vragenlijstje waarmee je van tevoren een heel compleet beeld kunt krijgen van hoe je verhaal moet gaan lopen. Vooral de ontwikkeling van de personages komt hierin aan bod, en dat is iets wat bij mij nog weleens ondergesneeuwd raakt.

Aan de hand van Kelly’s routeplanner heb ik voor de grap mijn verhaal van de eerste dag verder uitgewerkt, over de gescheiden ouders en de sloophouten salontafel. Ik had hier van tevoren nog helemaal geen ideeën over, maar opeens zag ik hoe ik van dit random begonnen verhaaltje echt iets moois zou kunnen maken. Net als het inspiratiebronnen-vragenlijstje is de routeplanner er eentje om te bewaren!

In het weekend kwamen er geen nieuwe opdrachten. Deze dagen werden vooral besteed aan reflectie en mij gaf het de kans om mijn achterstand in te lopen, waardoor ik nu weer helemaal bij ben. De komende week wordt nog drukker dan de vorige, dus ik ben heel benieuwd hoe ik het ervan af ga brengen. Ik merk namelijk dat ik de opdrachten niet even tussendoor kan doen; ik heb echt een rustig hoofd nodig. Ik ga dus mijn best doen om momenten te creëren waarop ik even rustig kan gaan zitten om te schrijven, zodat ik hier binnenkort weer nieuwe vorderingen kan melden!

Start Bootcamp: Schrijf met lef!

Ik ben terug van een heerlijke vakantie in Kroatië en Venetië. Twee weken vrijheid, zon en zorgeloosheid, heerlijk! Na alle twijfels en ontwikkelingen van de afgelopen tijd, was het goed om het schrijven even helemaal los te laten. Even pauze. Tijd om nieuwe indrukken op te doen en lekker te lezen in de zon. Nu ben ik weer helemaal opgeladen. En dat is maar goed ook, want vandaag is het schrijfbootcamp ‘Schrijf met lef!’ van Kelly Meulenberg van start gegaan.

SAMSUNG DIGITAL CAMERA

De komende drie weken zal ik elke dag per mail een schrijfopdracht krijgen, waardoor ik hopelijk een beetje uit mijn schrijf-comfortzone wordt getrokken. Het lijkt me heel erg leuk om eens wat anders te proberen te schrijven. Hoewel ik verwacht dat mijn verhalen altijd een sterk feelgood-aspect zullen houden, lijkt het me leuk om mijn grenzen een beetje te verleggen. Je moet jezelf tenslotte scherp houden als schrijver! En omdat ik mijn blog de afgelopen tijd schromelijk verwaarloosd heb, grijp ik deze gelegenheid meteen aan om jullie weer regelmatig van mijn schrijfactiviteiten op de hoogte te houden.

Het Bootcamp begint vandaag met een sprintje. In mijn mail tref ik een Write Or Die-achtige opdracht aan: zet een kookwekker en schrijf 100 woorden in 10 minuten, vervolgens 200, vervolgens 400. Als het aankomt op schrijven tegen de klok durf ik mezelf rustig een ouwe rot te noemen, dus ik maak het mezelf niet te makkelijk en laat het lot bepalen waar mijn eerste schrijfoefening over moet gaan.

Op Kelly’s website staan drie keer zes zinsdelen die samen in willekeurige combinatie de eerste zin van een verhaal vormen. Ik rol drie keer met een dobbelsteen om te bepalen wat mijn beginzin zal worden en eindig met: mijn vader/moeder wilde altijd al een zware schatkist. Ehm. Oké. Even staar ik vertwijfeld naar de woorden op mijn scherm. Ik had tijdens de vakantie stiekem al wat losse ideetjes bedacht en een verhaal over een vader/moeder en een zware schatkist zat daar niet bij. Maar dat is natuurlijk juist het hele idee. Niet sturen, maar gewoon eens wat proberen. Niet alles hoeft meteen fantastisch te zijn.

De eerste honderd woorden staan in zesenhalve minuut op mijn scherm. Mijn moeder wilde altijd al een zware schatkist. Zo’n ouderwetse, met zo’n enorm ijzeren beslag. Het zou leuk zijn als de schatkist bij aanschaf vol zou blijken te zitten met goud, maar dat hoefde niet per se: het ging in eerste instantie om het effect op ons interieur. De schatkist, liefst met een zo hoog mogelijk Pirates of the Caribbean-gehalte, zou onze eenvoudige salontafel van fabrieksgeproduceerd sloophout vervangen. Het zou waarschijnlijk wat lastiger zijn om er kopjes op te zetten, ja, met dat ijzeren beslag. Maar was dat niet het hele idee van een speels interieur? Sloophout hoorde tenslotte eigenlijk ook helemaal niet recht te zijn. 

De tweede sessie van tweehonderd woorden lukt me ook nog makkelijk binnen tien minuten. Mijn moeder klaagde hier veelvuldig over, over die veel te keurige zogenaamd sloophouten salontafel van ons. Liefst wanneer er mensen op de koffie kwamen, die haar complimenteerden met de hippe, robuuste salontafel. ‘Gewoon van de Gamma. Totale miskoop,’ verzuchtte ze koket. ‘Toen het ding eenmaal in huis stond zag ik pas dat dit onmogelijk van echt sloophout kon zijn. Ik bedoel: sloophout, de naam zegt het al. Slóóp-hout. Daar horen de splinters af te komen waar je bij staat. Daar horen rare plekken in te zitten, knoesten, daar horen nummers op te zijn gekalkt met spuitverf. Deze tafel komt gewoon uit China, volgens mij. Ik zou zweren dat ik bij de buren precies dezelfde heb zien staan.’
Op dit punt informeerde de visite soms voorzichtig waarom ze zich dan niet gewoon naar de dichtstbijzijnde bouwplaats begaf om wat écht sloophout op de kop te tikken. Of waarom ze niet gewoon iemand een echte sloophouten salontafel voor ons liet maken. Er waren genoeg zelfstandigen die dat deden.
Hierop rolde mijn moeder met haar ogen, om aan te geven dat het bezoek het punt totaal gemist had. ‘Dit soort dingen waren altijd Cees zijn afdeling. Ik heb er totaal geen oog voor. En ook geen geld, trouwens.’

Het volgende sprintdoel, vierhonderd woorden binnen tien minuten, blijkt met dit verhaal niet haalbaar. Ik heb dat aantal binnen die tijd in het verleden weleens makkelijk gehaald, maar alleen wanneer ik midden in een verhaal zat en precies wist wie de personages waren en waar het allemaal heen moest. Nu loop ik nog tegen teveel vragen aan, een direct gevolg van het feit dat ik meteen een rond verhaal wil maken (ik, een perfectionist? Nee joh). Wie zijn deze mensen? Wat is er precies aan de hand?

In mijn laatste tien minuten produceer ik daarom nog geen driehonderd woorden: Dat was ook precies de reden dat er in onze woonkamer nog geen oude schatkist stond bij wijze van salontafel. Mijn vader was degene die de rommelmarkten af struinde en zorgde voor de originele vondsten in ons interieur. Mijn vader was degene die afdong en vervolgens ook nog zorgde dat een mannetje met een roestige aanhanger de nieuwe aanwinsten netjes tot in de woonkamer kwam afleveren. Mijn vader was degene die met zijn eigen onderneming het geld verdiende dat nodig was om dit soort curiosa in huis te kunnen tentoonstellen. Maar mijn vader woonde nu in zijn eentje op de woonboot die wij ooit met hem deelden. Hoewel, in zijn eentje? Ik had sterke vermoedens dat een andere vrouw nu het grootste deel van haar avonden sleet op de verzameling kleurige zitzakken die ooit voor ons bankstel moesten doorgaan.
Zonder mijn vader had mijn moeder noch het geld, noch de fantasie, noch de fysieke gesteldheid om een zware schatkist op te kop te tikken en naar huis te zien te krijgen. We hadden de woonboot noodgedwongen ingeruild voor een nieuwbouwflatje in een Vinexwijk, waar een sloophouten salontafel van de Gamma perfect paste, net als onze nieuw aangeschafte Pax-kasten en Klippan-bank. Voor het eerst in achttien jaar had ik een echte slaapkamer, met een deur, in plaats van te moeten slapen achter een geïmproviseerd schot in de woonkamer, vijandig aangestaard door een Afrikaans masker dat in de woonkamer hing en waarvan de zwarte ogen net boven het houten kamerscherm uit kwamen. Ik was gehecht geraakt aan dat masker. De eerste nachten in dit huis werd ik soms gedesoriënteerd wakker, zoekend naar het gezicht van Oeloe, zoals ik het masker al sinds mijn vroegste jeugd noemde. 

Al met al ben ik eigenlijk best heel tevreden, zeker voor een eerste dag. Mijn begin heeft me nieuwsgierig gemaakt. Het zou best kunnen dat ik nog wat verder schrijf, om te kijken waar het deze mensen nou precies om gaat. Niet om een zware schatkist die dienst moet doen als salontafel natuurlijk, zoveel weet ik al wel. Hier speelt meer.

Ik ben nu al benieuwd wat de volgende opdracht zal zijn en wat ik allemaal ga ontdekken in de komende weken. Wordt vervolgd!