Inspiratie op de vreemdste plaatsen

Het is misschien een beetje vreemd voor iemand die ruim anderhalf jaar lang doktersromans heeft geschreven, maar ik heb zelf dus nooit wat. Griepepidemieën kunnen woest om zich heen grijpen, maar ik blijf altijd dat ene dominosteentje dat koppig rechtop blijft staan. De laatste keer dat ik in het ziekenhuis lag, was ik net geboren. Sindsdien ben ik er alleen nog maar terug geweest voor bezoekjes aan andere pechvogels. En die ene keer dat ik er wél even voor mezelf moest zijn, om een moedervlek te laten verwijderen, stond ik een half uur later alweer bij de Trendhopper om een lamp voor de woonkamer uit te zoeken. Oké, dat bleek niet zo’n slim idee. Maar verder ben ik, wat ziek zijn betreft, dus echt een bikkel. Het mag bijna een wonder heten dat ik me zo goed kon inleven in de zieke, zwakke en misselijke lieden die mijn doktersromans bevolkten.

Ik was dus eigenlijk een beetje verbaasd vorige week opeens midden in de nacht met knallende buikpijn in de auto zat, op weg naar de spoedeisende hulp. Na een paar uur lang te zijn bepoteld, geprikt en door vier verschillende artsen ondervraagd, werd de diagnose gesteld waar ik zelf al bang voor was: acute blindedarmontsteking. Als ik dan eindelijk eens ziek word, doe ik het blijkbaar meteen goed. Mijn beste vriendin Lisette vond het ook maar een vreemd idee, bleek later: “Een blindedarmontsteking, dat leek me nou helemaal niks voor jou.”

Ik werd in een rolstoel gezet (ziekenhuispolicy, zodra je bent opgenomen gaan ze ervan uit dat je ook niet meer zelf kunt lopen), kreeg een infuus en werd naar de afdeling gebracht. De volgende ochtend werd een echo gemaakt en werd besloten tot een operatie, nog dezelfde dag. Natuurlijk baalde ik. Natuurlijk was ik scared shitless en superzenuwachtig omdat ik nog nooit was geopereerd en nog nooit onder narcose was geweest. Maar ergens keek ik er ook vanaf een afstandje naar en dacht ik: zo gaat dit dus allemaal. Dat is handig om te weten. Dat kan ik gebruiken in een verhaal!

En zodra de mist van narcose en morfine een beetje was opgetrokken, begon ik weer op dezelfde manier om me heen te kijken. Ik observeerde de hele ziekenhuiswereld, die ik daarvoor nog nauwelijks kende. Ik keek hoe de verpleegkundigen hun ronde deden, hoe bezoek kwam en ging, hoe mensen werden binnengebracht of juist opgelucht naar huis vertrokken. Ik luisterde naar de gesprekken om me heen. Ik bekeek stiekem de zeker niet onknappe jongen in het bed tegenover me. En ik weet nu al dat deze hele ervaring op de één of andere manier ooit in een boek terecht gaat komen. Is het in elk geval nog érgens goed voor geweest.

 

De Grote Krabbel

contract tekenen!

Daar zitten we dan echt. Het grote moment is aangebroken! Vandaag teken ik het contract bij Luitingh-Sijthoff. Nu is het dan echt officieel: mijn boek komt eraan! Grappig dat ik van tevoren een beetje zenuwachtig was, terwijl ik toch echt helemaal niets te vrezen had. Behalve dat het me nooit lukt om twee identieke handtekeningen te zetten… Maar getekend heb ik, en nu ligt het hier toch maar mooi op tafel: mijn eerste uitgeefcontract! Wow!

Inspiratie vieren

Ik zit momenteel in de gelukzalige fase waarbij zo’n beetje alles wat ik doe kan worden ondergebracht bij “inspiratie opdoen voor het herschrijven”. Chicklits lezen? De kunst afkijken en leren van de besten, obviously. Series kijken? Leren van andere genres. Tijdschriften lezen? Kan ik mooi meteen plaatjes zoeken voor mijn moodboard. Reality-tv kijken? Pure research! Je schrijft een verhaal over reality-tv of niet. Je moet het érgens vandaan halen.

Het voelt dus een beetje alsof ik vakantie heb. En tegelijk een beetje alsof ik weer studeer. Als ik genoeg heb van chicklits en tijdschriften lezen en voor de tv hangen, steek ik mijn licht op door het lezen van schrijfboeken en een boek over de ins & outs van reality-tv. Ik onderstreep dingen en markeer nuttige pagina’s met gekleurde plakkertjes. Het doet me een beetje denken aan de tijd dat ik begon met mijn scriptie (toen ik nog niet wist dat de laatste maand een hel zou worden en ik huilend zou thuiskomen na een afspraak met mijn begeleider). Ik weet dat er een enorm project op me ligt te wachten, maar ik heb alleen maar zin in de uitdaging. Nu nog wel. (En nu maar hopen dat er niet nog zo’n helse laatste maand op me ligt te wachten. Ik juich maar niet te vroeg.)

Wat ik ook doe, ik voel me dus eigenlijk altijd wel Goed Bezig. Ik ben zelfs alweer een beetje aan het schrijven: ik schrijf van ieder belangrijk personage het levensverhaal op. Niet om in het verhaal te verwerken, maar voor mezelf. Wie zijn die mensen eigenlijk, die ik heb geschapen? Of eigenlijk: hoe worden het echte mensen, in plaats van bordkartonnen personages die omvallen als je er tegenaan stoot?

Het is maar goed dat ik voor mezelf een tussen-deadline heb geregeld. Een extra stok achter de deur. Ik heb Hedda beloofd om begin juni een opzet te mailen van de veranderingen die ik wil gaan doorvoeren. Dan moet ik dus weten wie die lui zijn die mijn verhaal bevolken, en op welke manieren ik het ze nog moeilijker ga maken. En aangezien mei al halverwege is, moet ik misschien toch maar eens wat harder aan de bak. Eigenlijk is dat maar goed ook. Zonder deadline zou ik maanden op deze manier bezig kunnen zijn. Heerlijk. Maar uiteindelijk moet er natuurlijk ook een boek komen.

Laat het puzzelen beginnen!

Het gaat beginnen! Nu echt. Nadat de roes van het winnen van de chicklitwedstrijd een beetje was gezakt, heb ik mijn tijd de afgelopen maanden besteed aan het afmaken van mijn voorlopig laatste doktersroman, het schrijven van mijn voorlopig laatste leesrapport, een kennismaking bij de uitgeverij en het aanleggen van een enorme verzameling al dan niet geleende chicklitboeken in het kader van Inspiratie. En ik ben begonnen met nadenken over allerlei belangrijke vragen. Zoals: op welke chicklit lijkt mijn werk nou eigenlijk het meest? Wat voor schrijfster wil ik zijn? En wat kan er nog verbeterd worden aan mijn manuscript?

Op die laatste vraag kreeg ik vandaag dan eindelijk antwoord. En dat was maar goed ook, want toen ik gisteren mijn manuscript nog eens kritisch doorlas, vond ik opeens NIETS meer goed en verviel ik in zwarte gedachtespinsels waar nog net geen prullenbak in voorkwam. Gedachtespinsels die mijn lieve vrienden me dezelfde avond gelukkig uit het hoofd wisten te praten: “Hallo, je hebt niet voor niks gewonnen!” O nee, dat is natuurlijk zo.

Maar toch: het is best spannend als een professional als Hedda Sanders  van Luitigh-Sijthoff haar mening geeft over je manuscript. Zelfs wanneer je zelf ook wel weet dat er nog wel het één en ander aan je manuscript kan worden verbeterd. Gelukkig noemde Hedda veel dingen die ik zelf ook al een beetje in mijn hoofd had. En ook nog een heleboel andere dingen. Veranderingen waar ik niet verdrietig of moedeloos van werd, maar waarbij ik juist dacht: precies, dát is het! Eureka! Hoera! Mijn verhaal wordt nóg veel beter, spannender, grappiger en romantischer!

Stuiterend van schrijfzin en inspiratie kwam ik na een uur weer naar buiten. Het Jill Mansell-opschrijfboekje dat we kregen bij de workshop voor het opnemen van de pitches en dat ik ben blijven gebruiken voor mijn chicklit-aantekeningen, staat nu vol met Hedda’s tips voor het nog mooier maken van mijn manuscript. En wat heb ik daar veel zin in. Ik heb het gevoel dat er nog heel veel mogelijkheden zijn, dat ik nog van alles kan laten gebeuren om mijn manuscript nog leuker te maken voor de lezers. Ik hou van dat gevoel.

De komende maanden zal ik dus bezig zijn met herschrijven. Nieuwe scènes verzinnen. Hier en daar ruzietjes en brandjes laten ontstaan en dan lekker lang wachten met het blussen van die brandjes. Drama en conflict creëren.  Personages meer gezicht geven. Een paar geluksvogels krijgen zelfs meer eigen scènes of een hele eigen verhaallijn. Het wordt in elk geval een flinke klus. Vergelijk het met een ingewikkelde puzzel. Een Rubik’s kubus from hell. Waarbij alles wat je verandert, gevolgen heeft voor de rest van het verhaal. Hoe je ook schuift, alles moet blijven kloppen. Dat wordt nog wat. Maar toch heb ik er zin in!

En omdat je maar één keer aan je eerste boek werkt, heb ik besloten om mijn ervaringen hier met de wereld te blijven delen. Houd deze website dus in de gaten: dit verhaal wordt zeker vervolgd!

1 12 13 14