Obsessie

Ik weet hoe haar ondergoed eruit ziet. Haar lingeriestijl is net zo gevarieerd als haar kledingstijl. Ze heeft simpele witte slipjes en doorzichtige, kant-achtige strings in verschillende kleuren. Jezus, wat zijn die dingen geil. Ik vraag me af waarom ze ze aan de waslijn heeft laten hangen. Zou ze al die dingen niet mee willen nemen naar Barcelona? Vooral die kanten. Die kan ze vast wel gebruiken als ze achter de gladde Spanjaarden aan gaat. Want dat zou ze gaan doen, zei ze vanmorgen lachend tegen me, terwijl ze haar tas aan het inpakken was. “Ze maken geen schijn van kans.” Ze grijnsde breed. Ik zag jurkjes in haar rugzak verdwijnen, rokjes, sexy hemdjes en zelfs twee paar hakken. Dat was de aanleiding van ons gesprek. “Je gaat toch maar een weekje?” was mijn openingszin. “En je studievereniging bestaat toch alleen maar uit meisjes?” Toen zei ze dat van die Spanjaarden. Misschien deed ze dat expres. Misschien voelde ze wat er zich bij mij onder de oppervlakte afspeelde. Het volgende moment sprong ze op om nog iets uit de douche te pakken. Licht neurotisch rende ze het hele huis door, drie trappen op, drie trappen af. Klopte op deuren van huisgenoten die ooit nog iets van haar geleend hadden dat ze NU terug moest hebben omdat het mee moest. Ze straalde van gespannen verwachting. En dat ondergoed is ze dus vergeten.

 

Twee maanden geleden stond ik op dezelfde plek als nu. Toen stond ik ook naar de was aan de waslijn te kijken, alleen dan met acht anderen. Achter de deur van Rick was het overleg in volle gang. Daarbinnen werd ons lot bepaald. Eén iemand zou de kamer krijgen. De rest had hier de hele avond voor niks gezeten. Natuurlijk hoopte ik vurig dat ik de gelukkige zou zijn. En niet alleen omdat ik het zat was om iedere dag drie uur in de trein te zitten. Ik had haar gezien en was verkocht. Ik moest bij haar in huis komen te wonen.

“Check die groene bh,” zei de zweterige jongen die de hele avond naast me had gezeten. “Die is vast van dat meisje met dat rode haar.” Ik was dus niet de enige met een verborgen agenda. Maar hij zou die kamer niet krijgen, dat wist ik toen al. Het volgende moment ging de deur open en werd bekendgemaakt dat ik het geworden was. Iedereen droop af en ik kreeg nog een biertje. Zij ging alvast naar bed. Ze was doodmoe van de hospiteeravond en moest de volgende dag weer vroeg op. Ik vond het niet erg. Ik zou nog genoeg tijd hebben om haar te leren kennen.

 

Voorzichtig maak ik een knijper los. Mijn handen trillen licht als ik het stringetje van de waslijn pak. Ik breng het naar mijn neus en snuif de geur ervan op. Ik ruik voornamelijk wasverzachter, veel wasverzachter. Maar ik verbeeld me dat ik ook een zilte geur ruik. Haar geur.

Zou ze al weten dat ze geen ondergoed bij zich heeft? Hoe zou ze reageren? Ze zal er vast om lachen, iets lenen van haar vriendinnen – misschien wel van die wulpse blonde met die krullen – en in Barcelona heel veel nieuw ondergoed kopen. Rode kanten strings, een hele tas vol. Zonder erbij na te denken prop ik het stringetje in de zak van mijn broek.

 

Na een paar weken kende ik haar gewoontes. Ze eet haar boterhammen het liefst met pindakaas en hagelslag. Voor ze gaat slapen zet ze altijd nog even harde muziek op. Ze wast haar haar met shampoo “voor dun en breekbaar haar”. Ze pakt gemiddeld om de vier dagen een schone handdoek. Ze drinkt standaard een glas rode wijn bij het avondeten. Ze leest opiniebladen terwijl ze kookt. Ze neemt iedere donderdagavond een jongen mee naar huis. Ze is meer een kreuner dan een schreeuwer. Ze stelt de afwas altijd zo lang mogelijk uit.

Ze weet niets van mijn gewoonten en dat is maar goed ook.

 

Het slot van haar deur is kapot. Dat weet ik omdat ik haar laatst heb geholpen toen ze het niet meer open kreeg. “Ik zou het maar even niet meer op slot doen, tot je er iemand naar hebt laten kijken,” raadde ik haar aan. Er is nog steeds niemand voor geweest. Ze stelt het steeds uit. Ze heeft een hekel aan die dingen. “Ik denk niet dat jullie mijn kamer zullen leegstelen,” zegt ze. Daar heeft ze gelijk in. Dat zou niemand hier ooit doen. En ik, ik zal nergens aankomen. Of in elk geval alles netjes terugleggen.

De zwarte gordijnen heeft ze dichtgedaan. Mijn ogen moeten even wennen aan het donker. Dan begin ik de contouren van haar spullen te onderscheiden. Haar bed, dat ik altijd hoor kraken en piepen door de muur heen. Haar klerenkast, een bakbeest van een ding waarin ze al haar mooie kleertjes bewaart. Haar bureau, waaraan ze studeert en chat met de jongens die hier op donderdagavond komen. Er hangt een vage parfumlucht. De klok tikt rustig mijn illegale seconden hier weg. Zachtjes sluit ik de deur achter me. Niemand mag me hier betrappen. Alleen ik begrijp wat ik hier doe. Ik wil haar kennen.

Ze heeft een hele la vol met ondergoed. Het ruikt allemaal hetzelfde: naar wasverzachter. Alleen in één bh hangt een vage rooklucht. Waarom heeft ze die niet in de was gedaan? Waarschijnlijk gewoon niet aan gedacht, sufgeneukt als ze was door een donderdagavondjongen.

Ik doe haar enorme klerenkast open. Opvallende lege plekken waar ze de kleren bewaart die ze nu heeft meegenomen naar Barcelona. Maar nog altijd genoeg om uit te kiezen. Hoe zou het voelen om haar te zijn? Ik trek mijn broek en shirt uit en laat een satijnen nachtponnetje over mijn hoofd glijden. De zachte, verleidelijke stof streelt mijn huid. Dus hier slaapt ze in, dit voelt ze als ze in bed ligt. Ik wil het nog even aanhouden voor ik terugga naar mijn hoekige, spijkerbroekdragende zelf. Wat maakt het uit? Ik heb alle tijd. Een hele week voordat ze terugkomt. Ze zijn nu waarschijnlijk nog niet eens in Frankrijk met die bus.

Zou ze een dagboek bijhouden? Zo ja, dan wil ik het lezen. Ik wil haar horen praten. Echt praten, niet over koetjes en kalfjes en ditjes en datjes. Ik wil weten of het waar is dat ze met Rick geneukt heeft. Ik wil weten wat háár smerige geheimen zijn. Iedereen heeft smerige geheimen, daar ben ik van overtuigd. Het is de kust om ze te ontrafelen zonder dat anderen die van jou ontdekken.

Ik kijk in al haar laden, maar vind niets wat op een dagboek lijkt. Ik vind alleen maar oude collegeblokken, administratie, opladers. Ik weet nu wel dat ze bang is om ziek te worden, dat bleek duidelijk uit de uitgebreide polis van har ziektekostenverzekering. Maar dat is niet het soort informatie waarnaar ik op zoek ben.

Ik zet haar computer aan. Veel mensen houden tenslotte hun dagboek bij op de computer. Ik bekijk haar bestanden. Vooral veel gortdroge dingen voor haar studie. Essays, beschouwingen, excel-bestanden met grafieken. Ze heeft ook veel digitale foto’s. Ik bekijk ze allemaal, ook al word ik misselijk van al die blije groepjes met lachende mensen. Het lijkt wel of haar leven volledig schoon en helder is. Ze houdt haar smerige geheimen goed verborgen. Ze heeft zelfs niet één erotisch getinte website in haar internetgeschiedenis. Ik zet haar computer weer uit.

Ik kijk haar kamer rond. Ik heb alles gezien en niets gevonden. Ik heb een leeg, onbevredigd gevoel, zoals wanneer een pornofilm vreselijk blijkt tegen te vallen. Dan valt mijn oog op een hoekje dat onder haar kussen uit steekt. Het hoekje van een rood schrift. Ik denk niet dat ze studieaantekeningen onder haar kussen zou verstoppen.

Voorzichtig ga ik op het bed zitten en trek het schriftje onder het kussen uit. Gulzig sla ik het open. Eindelijk een kijkje in haar geheimen.

Dan gaat haar deur open.

 

Ze was niet alleen haar ondergoed vergeten. Ze was in alle haast ook haar identiteitskaart vergeten. Ze kwam er achter toen de bus halverwege België was. Haar vriendinnen probeerden haar nog over te halen om gewoon mee te gaan. De kans dat ze gecontroleerd zouden worden was niet zo groot. Maar zij durfde het risico niet te nemen. Ze heeft haar tas uit het bagageruim gehaald en is teruggekomen.

Dat heeft ze me allemaal niet zelf verteld. “Godverdomme!” was het enige wat over haar lippen kwam toen ze haar kamer binnenliep en mij zag zitten, op haar bed, in één van haar satijnen nachtponnetjes, lezend in haar rode schrift. Ik begrijp wat voor indruk dat moet hebben gemaakt. Maar ik bedoelde het niet slecht. Ik wilde haar alleen maar leren kennen. Niemand heeft daar begrip voor gehad.

Ik zit nu weer bij mijn ouders. “We hoeven je zeker niet uit te leggen waarom we eisen dat je vandaag nog verhuist,” zei Rick, die ze er meteen bij riep, laf als ze is. Later heb ik hem nog een keer gebeld en geprobeerd het recht te zetten. Dat is niet echt gelukt. Maar ik weet nu in elk geval hoe het kon dat ze zo plotseling terugkwam. Dat had ik nooit kunnen voorzien. Dus de hele situatie is eigenlijk mijn schuld niet. En hoe vervelend het allemaal ook is, één ding heb ik er in ieder geval aan overgehouden. Ik haal het rode stringetje onder mijn kussen vandaan en snuif er nog eens aan.

Hospiteeravond

De bel klinkt snerpend in de lange gang. Terwijl ze wacht tot iemand de deur open komt doen, trekt Isabel in een impuls nog even snel het elastiekje uit haar haar. Los is toch beter.

Het licht in de gang wordt aangeknipt, en het volgende moment gaat de deur open. Een klein, ietwat mollig meisje neemt Isabel in een nanoseconde van top tot teen op. Haar slappe donkerbruine haar, het korte rode jasje dat eigenlijk eens in de was moet, de spijkerbroek die haar benen een beetje kort lijkt te maken, de laarzen die ze eens zou moeten poetsen. Hou op, zegt Isabel tegen zichzelf. Haal jezelf niet zo naar beneden. Je bent leuk genoeg.

Ze haalt haar stralende glimlach tevoorschijn en steekt monter haar hand uit. “Hoi, ik ben Isabel!” Het meisje geeft zich een slap handje terug en stelt zich voor als Lieke. Daarna blijft het stil. Isabel hangt haar jasje op. Kijkt Lieke nou kritisch naar haar strakke shirtje, of verbeeldt ze zich dat maar?

Terwijl Lieke haar voorgaat naar de gemeenschappelijke woonkamer, bekijkt Isabel haar. Lang, rossig haar, opgestoken met een nonchalance die ze zelf nooit voor elkaar krijgt. Zwart vestje waar niet één pluisje op te bekennen is. Duur uitziende ribfluwelen rok. Dit wordt niks. Ze kan zich niet voorstellen waarom dit meisje uitgerekend háár in huis zou willen nemen.

In de woonkamer zitten nog twee bewoners, een jongen en een meisje. De jongen zit te bellen en kijkt niet op of om als Isabel binnenkomt. Het meisje geeft een zo mogelijk nog slapper handje dan Lieke en mompelt onverstaanbaar een naam.

“Wil je iets drinken?” vraagt Lieke beleefd. Isabel schudt haar hoofd. Ze ziet al voor zich hoe haar hand zal trillen als ze haar glas pakt. Dat zal een lekkere indruk maken.

Lieke gaat zitten en pakt een schrijfblok. “Eerst even je telefoonnummer, zodat we je kunnen bellen als je het geworden bent.” Braaf noemt Isabel haar nummer op. Wat een hypocriet gedoe is dit toch altijd. Ze zal niet gebeld worden. Niet vandaag. Niet door dit huis. Ze zullen iemand kiezen die bij hen past, iemand die ook in staat is zwarte kleren zonder pluisjes te dragen.

“Vertel eens iets over jezelf.” Daar is het al, het gehate zinnetje. Wat ze over zichzelf vertelt, klinkt steevast oninteressant. Zeker als je ziet dat iemand je naam in gedachten al doorstreept. Maar ze glimlacht vriendelijk en begint de hele litanie nog eens opnieuw. “Nou ja, ik ben dus Isabel, ik ben negentien jaar oud, kom uit Krimpen aan de Ijssel. Ik studeer Diergeneeskunde hier in Utrecht, ik ben nu tweedejaars. Op zaterdag werk ik in een kantoorboekhandel. Wat wil je nog meer weten?” Lieke haalt haar schouders op. “Wat je kwijt wilt.” Het klinkt zo ongeïnteresseerd dat Isabel zin heeft om op te staan en weg te lopen, om de afwijzing voor te zijn, de eer aan zichzelf te houden. Maar dat durft ze natuurlijk weer niet. “Ehm, tja, wil je iets weten over mijn hobby’s?” Lieke knikt. Isabel merkt opeens dat ze al de hele tijd gedachteloos aan haar armbandje zit te frunniken. Shit, nu denken ze niet alleen dat ik saai ben, maar ook nog dat ik een zenuwtic heb. Maar ze glimlacht weer, en vertelt dat ze vooral houdt van lezen en dat ze al sinds haar negende piano speelt. “Sport?” informeert Lieke. Ze schudt haar hoofd. Nee, geen sport. Lui. Ze grinnikt om haar eigen afgezaagde grapje.

Lieke staat op. “Wil je de kamer zien?” Isabel knikt en loopt achter haar aan de smalle trap op. In één oogopslag ziet ze dat ze het niks vindt. Veel te klein, veel te benauwd. Maar dat durft ze natuurlijk niet te zeggen. Ik word het toch niet, denkt ze bij zichzelf.

Als ze weer beneden zijn, zegt ze dat ze er maar weer eens vandoor gaat, glimlacht nog eens naar Lieke en wenst haar succes met de rest van de hospiteeravond. En met je behulpzame huisgenootjes, denkt ze er achteraan. Ze trekt haar rode jasje weer aan en stapt de frisse novemberlucht in. Zodra de deur achter haar dicht valt, is haar saaie gevoel over. Ze kijkt op haar horloge. Als ze een beetje doorloopt, kan ze de eerstvolgende trein nog halen. Ze is benieuwd of er nog leuke nieuwe kamers op Kamernet staan.

 

Lieke doet de deur achter Isabel dicht. Nee, die wordt het in elk geval niet, dat is duidelijk.

Waarom, dat weet ze eigenlijk niet eens precies. Ze vond haar gewoon niet zo aardig. Misschien was ze te perfect. Met dat mooie steile donkere haar en die grote blauwe ogen, dat hippe rode jasje en dat strakke shirtje dat ze met haar figuur zo goed kon hebben. Daar sport ze niet eens voor, ze heeft het gewoon van zichzelf. En dan doet ze ook nog eens een zware, moeilijke studie als Diergeneeskunde, én ze speelt op hoog niveau piano. Ze hoort bij het soort mensen dat zich altijd ver verheven voelt boven mensen als Lieke, al liet ze daar vanavond niets van merken. Nee, die Isabel valt af. Met zoveel perfectie wil Lieke niet in één huis wonen. Ze zou zich vreselijk onzeker voelen. En vreselijk saai.

1 2