De vloek van het tweede boek

Nu ik Switch zelf heb uitgebracht, mag ik van mezelf eindelijk zeggen dat ik met mijn derde boek bezig ben. Dat klinkt heerlijk. Mijn derde boek! Wat een opluchting!

Lezers die geen ervaring hebben met het schrijven van boeken, klinkt dit misschien wat vreemd in de oren. Maar onder schrijvers is het een vrij bekend fenomeen dat het schrijven van een tweede boek een lastige opgave is. Er is zelfs een naam voor: second novel syndrome of second novel curse. 

Het fenomeen wordt steeds een beetje anders uitgelegd, afhankelijk van wie het vertelt, maar het komt allemaal op hetzelfde neer: het schrijven van een tweede boek is veel lastiger dan het schrijven van een eerste boek. In de eerste plaats heeft dat te maken met vrijblijvendheid: bij het schrijven van een tweede boek is het schrijven niet meer vrijblijvend. Je hebt te maken met lezers en misschien met een uitgever of agent. En dat betekent dat je te maken hebt met verwachtingen.

Als je eerste boek succesvol was, is de verwachting – of in elk geval de hoop – dat je nog zoiets uit je mouw schudt. Als je eerste boek een beetje is tegengevallen, wordt er gehoopt dat je met je tweede boek meer succes zult oogsten. En niet in de laatste plaats is er die verwachting die je van jezelf hebt. De verwachting dat je nu schrijver bent, en dat je dus nog een boek kunt schrijven.

SAMSUNG DIGITAL CAMERA

Pas als je bezig bent, besef je weer hoe moeilijk het eigenlijk is om een boek te schrijven. En dat het gewoon heel veel werk is. Heel veel uren achter de computer. Dat was je voor het gemak even vergeten. Aan een boek beginnen is één ding, het ook daadwerkelijk afmaken is iets heel anders. Zeker nu je weet dat er mensen zullen zijn die een mening over dit boek zullen hebben, net zoals ze die hadden over het eerste boek. Het kan heel lastig zijn om al die eventuele meningen tijdens het schrijven terzijde te schuiven.

Maar verwachtingen en geploeter zijn volgens mij niet het hele verhaal. Tijdens mijn zoektocht naar meer informatie over het second novel syndrome kwam ik nog een andere theorie tegen. Deze is van Stephen Fry, en ik vind ‘m prachtig:

The problem with a second novel is that it takes almost no time to write compared with a first novel. If I write my first novel in a month at the age of 23, and my second novel takes me two years, which have I written more quickly? The second of course.
The first took 23 years, and contains all the experience, pain, stored-up artistry, anger, love, hope, comic invention and despair of that lifetime. The second is an act of professional writing. That is why it is so much more difficult.

Daar heb ik niks meer aan toe te voegen. Dit gaat namelijk altijd op, hoe succesvol of onsuccesvol je eerste boek ook geweest is. Je eerste boek blijft je eerste boek: die bijzondere poging om alles wat je tot dan toe geleerd hebt, zowel op schrijfgebied als op algemeen leefgebied, in een boek te verwerken. Een boek dat andere mensen vervolgens echt gaan lezen, ook nog eens. Dat is niet niks.

Maar één ding weet ik nu ook: als je gewoon gaat zitten en doorwerkt, is dat tweede boek er op een gegeven moment. Ook als je het daarna anderhalf jaar laat liggen en het uiteindelijk zelf uitgeeft, zoals ik heb gedaan. Hoe het ook tot stand is gekomen: het is er nu. De hobbel van het tweede boek is genomen. En eindelijk heb ik het gevoel dat ik écht klaar ben om aan iets nieuws te beginnen, zonder losse eindjes waar ik nog iets mee moet. En dat is een heel fijn gevoel.

Switch is verschenen!

Hoera! Dit weekend werd eindelijk die felbegeerde doos met boeken bezorgd: de door mij bestelde exemplaren van mijn boek Switch! Dat betekent dat het boek nu leverbaar is en ook door jullie kan worden besteld. Het is nog niet overal zichtbaar, maar je kunt het in ieder geval hier bestellen.

Je kunt kiezen uit twee versies: paperback of e-book. De paperback kost € 18,95, het e-book kost € 3,99. Als je de paperback bestelt, wordt deze speciaal voor jou gedrukt. Dat duurt een paar werkdagen, maar dan heb je ook een boek dat speciaal voor jou is gemaakt!

En wat was het weer fijn om mijn eigen boek in handen te houden. Er is een heel proces voorafgegaan aan de publicatie van Switch, en daarom ben ik nu extra blij dat het boek er is. Ik hoop dat ook jullie er allemaal van zullen genieten!

SAMSUNG DIGITAL CAMERA

SAMSUNG DIGITAL CAMERA

Switch: van manuscript naar boek + voorpublicatie

Ik zal niet beweren dat het zelf uitgeven van een boek iets was daarvan ik dacht: doe ik effe. Maar toegegeven, misschien dacht ik toch wel een heel klein beetje zoiets. Ik had al een titel, een manuscript, een website en een auteursfoto, hoeveel werk kon het verder nou helemaal zijn? Nou, je raadt het al: toch nog best veel!

Het uitgeven is gelukkig wel een enorm leuk proces waarvan ik weer een heleboel leer, dus je hoort mij niet klagen. Ik vind ook het superfijn dat ik nu de tijd heb om dit echt goed aan te pakken. In dit artikel vertel ik jullie wat er zoal moet gebeuren om van het manuscript Switch een echt boek te maken.

NB: ik werk met Brave New Books, en dit is een verslag van hoe het bij deze aanbieder in z’n werk gaat. Waarschijnlijk gaat het bij andere aanbieders weer net anders.

Publicatie info: decisions, decisions…
Het begint allemaal heel makkelijk: je vult de titel van je boek in en je naam. Maar daarna is het natuurlijk ook de bedoeling dat je iets meer over jezelf vertelt; hiervoor is het vak Over de auteur in het leven geroepen. Vervolgens moet je het formaat van je boek kiezen, de papiersoort en of je de kaft mat of glanzend wilt hebben. Grote beslissingen dus, die bepalen hoe je boek eruit komt te zien. Ik schreef de auteursinfo en de info over het boek eerst in een los bestand. Zo kon ik er rustig over nadenken zonder de druk te voelen van ‘ik moet hier nu iets invullen’. Bovendien is het natuurlijk heel handig om alle informatie bij elkaar te hebben in één bestand.

Het binnenwerk: kopiëren, plakken en controleren
Als je het formaat van je boek bepaald hebt, kun je een Word-sjabloon downloaden voor het binnenwerk. Hierin kun je je manuscript invoeren. Omdat ik zowel een paperback als een e-book uitgeef, moet ik het invoerwerk voor elke versie apart doen. En dat is dus geen kwestie van: alles selecteren en plakken. Als je wilt dat het binnenwerk er tiptop uitziet, kun je het best elk hoofdstuk apart kopiëren en plakken zonder de oude opmaak mee te nemen. Daarna moet je elk hoofdstuk controleren en waar nodig opnieuw opmaken. Ook kun je dan meteen controleren of alles mooi op de pagina staat en of er geen rare afbrekingen zijn.

Omslag ontwerpen: klinkt heel easy… 
… maar dat is het natuurlijk niet! In eerste instantie ging ik aan de slag met de omslag-ontwerper op de website van Brave New Books, maar echt warm werd ik niet van mijn ontwerp. Gelukkig bood Berend die avond aan om een omslag te ontwerpen. Daar is hij nu mee bezig, en het wordt mooier en mooier. Ik ben echt enorm blij met hoe het eruit komt te zien en hij vindt het zelf gelukkig ook erg leuk om te doen. Als het omslag af is, gaan we het uploaden op de website en een proefexemplaar van de paperback bestellen, om zeker te weten dat het omslag er in het echt net zo mooi uitziet als op het scherm. Er is ook nog een proefexemplaar onderweg van de vorige, door mij ontworpen versie. Dat is straks een collector’s item!

Berend is druk bezig met het ontwerpen van het omslag.

Berend is druk bezig met het ontwerpen van het omslag.

Een mock-up van het omslag. Dat ziet er opeens al heel echt uit!

Een mock-up van het omslag. Dat ziet er opeens al heel echt uit!

Na de publicatie: plannetje maken
Als alles loopt zoals ik het nu in gedachten heb, is er in de eerste week van oktober een echt boek, met een papieren versie een een e-book versie. Dan begint er een nieuwe fase, waarin ik moet zorgen dat zoveel mogelijk mensen weten dat Switch er is. Voor die fase ga ik deze week alvast een plan maken. Wie ga ik allemaal op de hoogte stellen, en op welke manier ga ik dat doen? Ga ik recensie- en presentexemplaren versturen, en zo ja, naar wie? Hoeveel auteursexemplaren bestel ik? Dat zijn allemaal dingen om goed over na te denken. Zo kan ik meteen in actie komen als Switch er is.

Vertraging maar… een voorpublicatie!
Ik had natuurlijk eigenlijk beloofd dat Switch in september zou verschijnen, en zoals het er nu uitziet, gaat dat net niet lukken. Maar ik geef liever iets later een boek uit dat helemaal goed is, dan dat ik dingen ga overhaasten. Wel licht ik alvast een tipje van de sluier op: je kunt nu alvast de eerste twee hoofdstukken lezen! Veel leesplezier, en laat me weten wat je ervan vindt!

Boek Switch: hoofdstuk 1 en 2

1
Maandagochtend, kwart voor twaalf. Op de redactie van damesblad Joy rook het naar verse koffie en gratis toegestuurd parfum. Acht hip gekapte hoofden bogen zich over het bijna ingevulde schema van het decembernummer. Onwillekeurig haalde Bo een hand door haar sluike blonde haar. Ze ging nog wat meer rechtop zitten, herschikte haar papieren en leunde verder naar voren.
‘Ik kan er nog wel wat bij hebben,’ zei ze. Geen reactie. Ze slikte en praatte door. ‘Ik bedoel, ik heb voor dit nummer alleen nog maar…’
‘We hoeven alleen het culi-gedeelte nog maar in te vullen,’ onderbrak Sandra, de hoofdredacteur. ‘Dat is heel belangrijk voor het decembernummer, dus dat wil ik laten doen door mensen die daar al ervaring mee hebben.’
‘Oh, maar ik weet heel veel van eten,’ zei Bo. ‘Ik ben gek op eten. Misschien wil ik me wel specialiseren in eten. Ik denk er zelfs over om een eigen foodblog te beginnen.’
Sandra keek haar scherp aan. ‘Dat zou ik vooral doen, maar voorlopig hou jij je hier nog even bezig met HI.’ Vriendelijker voegde ze eraan toe: ‘Dat is nu eenmaal je sterkste punt.’
Bo probeerde niet al te verslagen te kijken en vooral niet onderuit te zakken. Hou je houding actief, spoorde ze zichzelf aan. Inwendig stelde ze een adviescolumn voor zichzelf op. Wat te doen na een nederlaag op je werk? Actieve houding, blijven glimlachen. Niet laten zien dat het je geraakt heeft. Huilen doe je maar op de wc. Focus op het positieve van de situatie.
In feite had Sandra haar zojuist een compliment gemaakt. HI, human interest, was blijkbaar haar kracht. Dat was haar nooit eerder zo rechtstreeks verteld. Bo wist alleen maar dat zij altijd de zeikverhalen toegeschoven kreeg. Zij mocht nooit de BN’ers interviewen, maar altijd de vrouwen die jarenlang door hun man bedrogen waren zonder het te merken, of die met een of ander extreem dieet hun lichaamsgewicht hadden weten te halveren. Nooit het Grote Dramatische Verhaal van het nummer, maar altijd een kleiner artikel, dat hooguit een pagina in beslag nam. Kijk, dit kan je ook nog overkomen. Vaak moest ze er ook nog een goedkope stockfoto bij zoeken die het geheel in haar ogen nog net een tikje knulliger maakte.
Gelukkig mocht ze daarnaast vaak een artikel schrijven met tips en trucs voor allerlei penibele situaties waarin de lezeressen van Joy verzeild zouden kunnen raken. Bo vond het heerlijk om anderen advies te geven. Ze besefte dat het echt een goed idee was: advies bij een pijnlijke nederlaag op het werk. Ze haalde haar zwarte opschrijfboekje onder haar papieren vandaan en krabbelde snel ‘nederlaag werk’ op een lege pagina. Haar collega Brenda keek opzij. Bo sloeg het boekje vlug weer dicht en legde het opzij, zo ver mogelijk bij Brenda vandaan.
‘Goed, dan zijn we zo’n beetje rond voor december,’ zei Sandra, en Bo wist dat ze alle hoop op een groot artikel nu definitief kon laten varen. Alweer.
Toen ze terugliep naar haar bureau, kwam Brenda naast haar lopen en slaakte een gelukzalige zucht. ‘Wat een goeie vergadering was dat, hè? Ik heb echt zin om aan de slag te gaan. Ik heb ook echt alweer helemaal zin in december.’
Bo moest nog niet aan december dénken. De zomer was pas net begonnen! Ze vond het één van de grote nadelen van het werken in de tijdschriftenbranche: dat je altijd vooruit moest werken en dus altijd bezig was met een seizoen waar je hoofd op dat moment totaal niet naar stond. Maar ze zou wel gek zijn om dat toe te geven. Straks zouden haar collega’s nog denken dat ze niet gedreven genoeg was. Ze glimlachte dus stralend naar Brenda, en zei: ‘Zeg dat wel. Zo gezellig! Ik kan niet wachten.’
Brenda begon een lang verhaal over de reportage die zij zou gaan maken voor het decembernummer, maar Bo kon het niet opbrengen om echt te luisteren. Zíj had die reportage willen maken. Ze schreef minstens zo goed als Brenda. En bovendien was zij jonger en stond ze dichter bij de doelgroep. Ze draaide al bijna een jaar mee op de redactie. Waarom wilde Sandra haar de kans niet geven?
‘Dat is dus wel een spannende invalshoek, vind je niet?’ vroeg Brenda, en net op tijd besefte Bo dat er een antwoord van haar verlangd werd.
‘Oh, eh, ja,’ zei ze. ‘Veel succes ermee.’
Snel dook ze achter haar bureau, zodat Brenda haar niet verder kon bestoken met haar ideeën. Ze haalde haar opschrijfboekje tevoorschijn, bladerde naar een lege pagina, en schreef: wat ik kan doen om meer kansen te krijgen.
Ze staarde naar de woorden terwijl ze haar van huis meegebrachte quinoasalade opat. Ze had geen idee wat ze zichzelf voor advies zou kunnen geven. Uiteindelijk noteerde ze maar één punt: een fantastisch idee krijgen en pitchen.

2
Die avond zat Bo met haar vriendinnen en oud-huisgenoten Maud, Sophie en Nathalie op haar Haarlemse balkon in de warme avondzon. ‘Bo, wat heb je weer fantastisch gekookt,’ zei Maud, terwijl ze onderuit zakte op één van Bo’s vintage klapstoeltjes en een slok nam van haar Chardonnay. ‘Echt, ik vreet mijn vingers er zowat bij op.’
Bo probeerde niet al te duidelijk te glimmen van trots. De zondagmiddag die ze in de keuken had doorgebracht om alles voor te bereiden, had duidelijk z’n vruchten afgeworpen. Al vond ze het stiekem altijd zonde dat het eten waar zij uren aan besteedde, door haar vriendinnen in een kwartiertje soldaat werd gemaakt. Maar haar pittige zeewiersalade en gestoomde bonendumplings waren in de smaak gevallen, en daar ging het om. Plus: het eten had een mooi plaatje voor Instagram opgeleverd, dat nu al twintig likes had.
Zelf had ze nauwelijks iets kunnen eten: ze was altijd gespannen als ze anderen iets nieuws voorzette, en hield met argusogen in de gaten of ze het echt lekker vonden of alleen maar déden alsof ze het lekker vonden. Maar nu hadden ze echt zitten smullen, dat was duidelijk. Met haar vinger peuterde ze een restje zeewier uit de schaal en stopte het in haar mond toen de andere drie even niet keken.
‘Ik wou dat ik kon koken,’ verzuchtte Nathalie. ‘Ik voel me wel een beetje bezwaard, Bo, omdat jij ons altijd van die heerlijkheden voorzet en ik niet verder kom dan spaghetti met tomatensaus.’
‘Koken kun je leren, hoor,’ zei Bo. Ze merkte dat ze in haar adviesmodus schoot. ‘Je hebt ontzettend veel kookboeken waarin alle technieken worden uitgelegd, je hebt filmpjes op internet, je hebt…’
Ze stopte met praten toen ze zag dat Nathalie haar interesse al had verloren. ‘Ik heb Casper,’ zei ze schouderophalend. ‘Die vindt koken nog leuk ook.’
Nathalie voelde zich helemaal niet echt bezwaard, dacht Bo, en ze wil helemaal niet echt kunnen koken. Ze zegt het alleen maar uit beleefdheid, of om iets te zeggen te hebben.
Ze zweeg ongemakkelijk. Ze had weer eens het gevoel dat haar vriendinnen haar goedbedoelde advies alleen maar irritant vonden, en helemaal niet behulpzaam. De stilte die viel voelde gespannen aan. Alleen Maud leek er geen last van te hebben; die haalde rustig haar vinger over haar bord om ‘m vervolgens uitgebreid af te likken.
‘Hoe is het bij Joy?’ vroeg Sophie. ‘Heb je er al een groot artikel uit weten te slepen?’
Bo’s frustraties over de geringe omvang van haar bijdragen aan Joy waren een terugkerend thema tijdens hun vriendinnenavondjes, die een traditie waren sinds ze het studentenhuis hadden verlaten waar ze gezamenlijk hadden gewoond. Iedere keer dat haar vriendinnen ernaar vroegen ging Bo zich een beetje meer schamen omdat ze steeds hetzelfde antwoord moest geven. Sophie was ondertussen al een treetje opgeklommen bij het grote recruitmentbureau waar ze werkte. Nathalie en Casper konden net leven van de inkomsten van hun eigen designwebshop. En Maud was muzikant, een flierefluiter die in de thuiszorg werkte en zich totaal niet druk maakte om haar carrière. Bo had altijd het idee dat Maud hen een beetje meewarig bekeek als het gesprek over hun carrières ging.
‘We hadden vandaag weer redactievergadering, en ik heb weer niks echt interessants,’ barstte Bo los. ‘Ik heb zelfs nog duidelijk aangegeven dat ik nog niet zoveel op m’n bord had, en dat ik er nog wel wat bij kon hebben. Maar toen hoefde alleen het culi-gedeelte nog te worden ingevuld en dat mocht ik niet doen omdat ik te weinig ervaring heb.’ Dat laatste zei ze met een zeurderig stemmetje, rollend met haar ogen.
Maud vroeg: ‘Culi-gedeelte?’
‘De kookrubriek,’ zei Bo. Ze hoorde dat er iets licht neerbuigends in haar toon geslopen was omdat Maud zoiets voor de hand liggends blijkbaar niet snapte. Maud leek het niet op te pikken; ze zei ‘oh’ en haalde nog eens haar vinger over haar bord.
‘Wat heb je toen gezegd?’ vroeg Nathalie.
‘Dat ik gek ben op eten, en dat ik me er misschien wel in wil specialiseren.’ Pas nu ze het nog een keer zei, besefte ze hoe gek het eigenlijk klonk. ‘O shit. Ik geloof dat ik letterlijk heb gezegd dat ik me wilde specialiseren in eten. Dat klinkt alsof ik mezelf elke dag professioneel wil volvreten.’
Haar vriendinnen lachten, wat Bo allerminst geruststelde. ‘Dat is eigenlijk heel gek, toch? Zeggen dat je je wilt specialiseren in eten?’
‘Weet ik niet,’ zei Nathalie schouderophalend. ‘Is het niet een soort journalistentaalgebruik?’
‘Had je het idee dat iemand het zelfs maar opmerkte?’ vroeg Sophie.
Bo dacht met tegenzin terug aan het pijnlijke moment van vanmorgen. Ze kon zich de gezichten van haar collega’s niet meer voor de geest halen. Ze herinnerde zich alleen de lichte frons op het gezicht van Sandra. Maar die frons kon van alles betekenen. Ze voelde een lichte paniek opkomen.
‘Ik heb geen idee,’ zei ze. ‘Misschien heb ik mezelf nog wel erger voor schut gezet dan ik al dacht.’
Maud wreef geruststellend over Bo’s arm. ‘Bowie, lieverd, maak je niet zo druk. Ik weet zeker dat ze het óf niet gemerkt hebben, óf het allang weer zijn vergeten. Mensen letten alleen maar op zichzelf.’
Mauds aanraking deed haar meer goed dan Bo wilde toegeven. ‘Denk je?’ vroeg ze aarzelend.
‘Dat dénk ik niet alleen, dat wéét ik. Hoe vaak er bij mij op het podium niet iets is misgegaan wat door het publiek totaal niet werd gezien!’
‘Heb je verder nog iets gezegd?’ vroeg Nathalie.
‘Dat ik een foodblog wilde beginnen.’
‘Oooh, dat moet je doen! Dat is een goed idee! Echt wat voor jou!’ riepen Bo’s vriendinnen door elkaar. Bo voelde zich ongemakkelijk bij al dat plotselinge enthousiasme. ‘Ik weet het niet, hoor. Ik zei het eigenlijk in een opwelling. Sandra zei dat mijn kracht bij human interest ligt. En trouwens, ik heb helemaal geen tijd voor een blog.’
‘Je kunt er tijd voor máken,’ zei Sophie. ‘En wat ga je nu verder doen? Ik bedoel, je zit er inmiddels zowat een jaar, toch? Als zij je geen kansen willen geven wordt het misschien tijd om verder te kijken.’
Sophie leefde nog in de veronderstelling dat er voor iedereen een goeie ‘match’ op de banenmarkt te vinden was, als je maar hard genoeg je best deed. Bo deed haar mond open om Sophie voor de zoveelste keer uit te leggen dat ook buiten Joy de kansen in de bladenwereld niet bepaald voor het oprapen lagen, maar Maud was haar voor.
‘Een jaar, dat is toch superkort? Bo, ik zou gewoon genieten van het werk dat je doet. Je hebt toch altijd bij een tijdschrift willen werken? Die grotere artikelen komen vanzelf.’
‘Daar lijkt het anders niet op,’ mompelde Bo.
‘Zo werkt het ook niet,’ deed Nathalie een duit in het zakje. ‘Dingen komen niet vanzelf jouw kant op, Maud. Je moet er vaak keihard voor werken. Zeker in deze tijd.’
Nu pikte Maud de neerbuigende toon wel op. Even staarde ze Nathalie aan, een beetje geschrokken, leek het wel. Toen herstelde ze zich en zei: ‘Oh, nou ja, misschien is dat inderdaad wel zo. Ik weet er eigenlijk te weinig vanaf.’
‘Ik heb gewoon een vet goed idee nodig,’ zei Bo. ‘Ik moet iets supergoeds pitchen. Iets waar Sandra geen nee tegen kan zeggen.’
‘En, heb je al een idee?’ vroeg Nathalie.
‘Eh, nee.’
‘Misschien moet je gewoon open kaart spelen,’ zei Sophie. ‘Gewoon gaan zitten met die
Sandra, en zeggen: luister, ik werk hier nu een jaar, en ik kan veel meer dan ik tot nu toe heb kunnen laten zien.’
Bo stelde zich voor dat ze dat zou doen, en ze stelde zich het gezicht van Sandra voor. Ze had niet het idee dat dat gezicht zou meegeven en zou zeggen: ‘Natuurlijk, Bo, dan mag jij voor het volgende nummer Carice van Houten interviewen.’
Ze speelde met een verloren geraakt boontje op haar bord. ‘Ik weet het niet,’ zei ze. ‘Ik heb niet het gevoel dat Sandra daar gevoelig voor zal zijn.’
‘Dan moet je het harder spelen,’ zei Sophie. ‘Onderhandelen. Laten doorschemeren dat het voor andere partijen ook interessant zou zijn om jou in dienst te nemen, en dat jij bij een ander misschien wel de kansen zou krijgen die je verdient.’
‘Welke andere partijen, Sophie? Lees jij de krant weleens? De hele tijdschriftenbranche ligt op z’n gat.’
Maud onderbrak hun gesprek met een demonstratieve gaap. ‘Sááái. Zullen we het over iets anders hebben dan werk?’
‘Bo heeft even wat carrièreadvies nodig, Maud,’ zei Nathalie. ‘Het spijt me als jij dat saai vindt, maar soms moet het even.’
‘Bo heeft niks te klagen,’ zei Maud. ‘Ze heeft de baan die ze altijd al wilde. Ze is getalenteerd: ze kan fantastisch schrijven én fantastisch koken. Ze heeft een droomappartementje. Ik zou zo met haar willen ruilen.’
Er viel een stilte die pijnlijk had kunnen zijn, als Bo Maud niet opeens stralend had aangestaard. Het was alsof haar vriendin op het lichtknopje in haar hoofd had gedrukt. Nu wist ze met welk idee ze Sandra zou gaan overtuigen.
‘Ruilen,’ zei ze. ‘Dat is het!’

Vrij & Blij

Mijn laatste blog is alweer bijna drie weken geleden. Shame on me! En ik maar denken dat ik het rustiger zou krijgen als ik eenmaal gestopt was met mijn vaste baan in de winkel… nou, niets daarvan! Ik heb het juist meteen lekker druk. En ook nog eens met allerlei leuke dingen. Dat zie ik als een heel goed teken. Bring it on! 

Na mijn laatste werkdag ben ik eerst een paar dagen op vakantie geweest naar Boedapest. Het was heerlijk om even een break te hebben tussen mijn vaste baan en mijn nieuwe leven als freelancer. Na de drukke zomer die ik had gehad, was het ook fijn om even niets te hoeven. Behalve rondwandelen in het zonnetje en om me heen kijken. En er was genoeg te zien, want wat is Boedapest een mooie stad! Ik ga zeker nog eens terug, al is het alleen maar om al die dingen te zien en te doen waar we nu niet aan toegekomen zijn.

img-20160904-wa0008

Toen ik terugkwam, laste ik even een dagje in om alle indrukken te verwerken én te wennen aan het idee dat ik nu echt op eigen benen stond. Maar daarna ging ik toch echt aan de slag. Ik ben momenteel onder andere bezig met een superleuke redactieklus voor uitgeverij Zomer & Keuning en ik schrijf wekelijks een artikel voor Webwijzer.nl. Deze week ga ik ook naar een seminar van de Belastingdienst, om me te verdiepen in alle regels waarvan ik als zelfstandige op de hoogte moet zijn.

En dan is Switch er natuurlijk ook nog. Dat wordt op dit moment gelezen en op foutjes gecheckt door een zeer kritische meelezer. Begin volgende week krijg ik het terug. Dan volgt nog een laatste redactierondje en dan ga ik het klaarmaken voor publicatie. Nog heel even geduld dus, en dan kunnen jullie het eindelijk lezen!

Wat geniet ik van dit alles. ‘s Ochtends opstaan en met een kop thee achter mijn laptop kruipen, en dan gewoon lekker de hele dag doorwerken. Weinig afleiding, veel focus. Precies zoals ik het wil. De muren zullen vast nog wel op me af gaan komen, maar op dit moment heb ik daar helemaal geen last van en vind ik het heerlijk thuis. En op warme middagen is er een paar straten verderop het Julianapark, waar ik prima kan werken in de schaduw van de monumentale bomen.

Ik heb nog geen moment spijt gehad van de beslissing om mijn vaste baan op te zeggen. Natuurlijk vind ik het bij vlagen enorm spannend, en moet ik erg wennen aan het idee van financiële onzekerheid. Maar dat is nu eenmaal de prijs die je betaalt voor vrijheid. En tot nu toe heb ik die prijs er graag voor over.

1 2 3 4 39